"GODENSLAAP" GOES FRENCH

UITGEVERIJ FAYARD VERWERFT FRANSE VERTAALRECHTEN VAN DE ROMAN "GODENSLAAP"

"Onmogelijk deze roman los te laten, die zich op uiterst natuurlijke manier ontvouwt en de lezer onherroepelijk meesleept door de kracht van zijn welhaast picturale evocatie, zijn bijna zelfdestructieve ironie, zijn lyrische toetsen, zijn metaforen, zijn nu eens 'klassieke,' dan weer verbluffende poëzie, een poëzie der techniek, van het goed of slecht geoliede mechanisme van het lichaam (als een machine)."

Uitgeverij de Bezige Bij en de auteur zelf melden met trots en genoegen dat de Parijse Uitgeverij Fayard de vertaalrechten heeft verworven voor de Franse vertaling van Godenslaap, de jongste roman van Erwin Mortier.

Het prestigieuze uitgeefhuis Fayard, dat tot nu toe al het eerdere proza van Mortier heeft uitgegeven, zal opnieuw beroep doen op de Brusselse vertaalster Marie Hooghe-Stassen, die ook de vorige romans van Mortier met kunde en brille omtoverde in het Frans.

"Mortier gaat hier ver voorbij de intimistische vertellingen over de kindertijd en de adolescentie in zijn eerste vier romans, en reikt naar nog universelere thema's,' meldt de vertaalster in haar leesrapport voor de Franse uitgever. "We blijven ook hier in de registers van de herinnering, van de herdenking, niet rondom één individu, maar van een hele gemeenschap die zich plotseling op een brutale manier geconfronteerd ziet met de moderniteit in zijn meest grove en gruwelijke vorm: de oorlog - De Grote Oorlog als omkering van de geschiedenis. Godenslaap is daarin de zoektocht, de queeste, naar het ideale grafschrift. Het gaat hier om het imaginaire pact tussen de levenden en de doden. Schrijver is hier in hoge mate een vorm rouw. Godenslaap is ook de beschrijving van een eigenaardige contradictie die de oorlog biedt: een gratuite orgie van geweld, absurd, maar ook een subliem spektatel, want oorlog is op perfide wijze evenzeer een grootse aangelegenheid. ... "Het is haast niet mogelijk om deze roman los te laten, die zich op een uiterst natuurlijke manier ontvouwt en de lezer onherroepelijk meesleept door de kracht van zijn welhaast picturale evocatie, zijn bijna zelfdestructieve ironie, zijn lyrische toetsen, zijn metaforen, zijn nu eens 'klassieke', dan weer verbluffende poëzie -- een poëzie der techniek, van het goed of slecht geoliede mechanisme van het lichaam (als een machine). Niettemin is de spanning bij momenten zo hoog dat de lezer een pauze moet nemen, zijn lectuur even dient af te remmen om deze roman, waarin men voortdurend het historische perspectief aantreft van iemand als Marguerite Yourcenar, de exquise angst van een Maurice Gilliams, de ontnuchterende beschouwingen van een Sandor Marai en de homo-erotisch getinte lyriek van iemand als Wilfred Owen, in zijn volle reikwijdte te kunnen bevatten."

Geen wonder dus, dat Marie Hooghe, in een brief aan de auteur, laat weten: 'Je traduis déjà mentalement certains mots, certaines tournures, tout au plaisir que j'aurai à transposer ces longs déroulements, ces balancements, cette révolte si civilisée...'

In de Nederlanden blijft de roman intussen de harten en geesten veroveren. Momenteel rolt de zesde druk van de pers. Allons, enfants de la Patrie!