DE ROMAN 'GODENSLAAP' VOORGESTELD

DANKWOORD DOOR ERWIN MORTIER

Dames en Heren, Lieve Vrienden,


Met de voorstelling van Godenslaap vanavond mag de jonge moeder - ik dus -  ­eindelijk de kraamafdeling verlaten. Ik dank, na de lange zwangerschap, in de eerste plaats mijn wederhelft voor zijn liefde en geduld, en voor de twintig bevoorrechte jaren die ik tot nu toe met hem mocht delen. Dit boek heb ik hem later dan gewoonlijk laten lezen, en het gebeurde geregeld dat ik hem met onzekere vragen in de ogen voorbij mijn werkkamer zal glijden: zou het wel lukken? Pas in de vroege lente van dit jaar heb ik hem dan de eerste dikke helft van het boek laten lezen. Angstig wachtte ik beneden af terwijl hij boven op bed de hele dag te lezen. Toen hij eindelijk voor het avondeten naar beneden kwam en zei: ‘Het is adembenemend,’ heb ik met een opgelucht hart een flinke portie boerenworst met appelmoes geserveerd.


Ik dank ook onze twee katten - ze laten zich vanavond verontschuldigen, ze volgen de financiele crisis op de voet. Ik dank ze niettemin voor hun jaloers makende zichzelf zijn.


Ik dank Yves voor zijn loftuitingen. Wie ben ik om ze tegen te spreken?


Ik dank de mensen van het Museum Dr Guislain voor hun gastvrijheid. Het is steeds weer een zegen om me hier, in dit huis waar ik in de nazomer van 1991 aan het werk ging, welkom te voelen. Oude liefde roest niet.


Ik dank al mijn vrienden voor hun nabijheid - en mijn minnaars voor hun trouw (dit is een grapje). Ik dank Graaf Maurice Lippens voor het mondiale economische vuurwerk waarmee hij de publieke geboorte van mijn nieuwe roman vergezeld wil laten gaan. Ik vind dat we die man dringend in de bedelstand moeten verheffen.


Ik dank natuurlijk mijn uitgever, voor zijn geduld, maar meer nog voor de grote zorg, toewijding en betrokkenheid waarmee Suzanne Holtzer en Tom van Eck het manuscript hebben begeleid. Ik dank verder alle mensen die met en voor het boek aan de slag zijn gegaan, in België en Nederland.


Volgend jaar zal het tien jaar geleden zijn dat ik met Marcel ben gedebuteerd. Sindsdien is er veel gebeurd. Ik herinner me nog steeds met warmte de dag dat Robbert me in het Huis van Vertrouwen aan de Van Miereveldstraat heeft verwelkomd. Het was, na een onzekere periode, thuiskomen.


Ik dank met name hem en Lyvia voor de zachte aanwezigheid en steun in de moeilijke tijden die het ontstaan van mijn roman hebben getekend.


Ik gedenk met weemoed, droefenis, maar bovenal genegenheid de dierbare doden. Bijna acht maanden is het sinds Hugo ons verliet. Bijna zes sinds de grootmoeder stierf. Er is het nog steeds bijtende verlies van onze geliefde Eleonore. Ik weet dat hier vanavond mensen zijn die sinds heel kort eenzelfde verlies moeten ervaren. Ik leef met u mee. Maar ik weet ook dat al de mensen die hier nu niet meer kunnen zijn niets liever zouden willen dan dat u in mijn blijdschap deelt, en ik in de uwe. Laten we de doden eren door het leven te vieren. Zoals Eleonore altijd zei: ‘Nie pleujen!'


Ik dank u zeer.
Erwin Mortier