HET VIEZE LUCHTJE VAN DE GOUDEN UIL

OPINIESTUK IN DE MORGEN VAN 04-09-2008

"Er was eens een jury van een literaire prijs die deed wat je daarvan kunt verwachten: uit vaak erg veel ingezonden boeken dat ene uitverkiezen, dat volgens hem als het beste geldt, los van elke andere betrachting dan die ene: literaire kwaliteit belonen. Zo hoort het ook. Maar zo hoort het duidelijk niet voor de jury van de Gouden Uil. Vorig jaar onderscheidde die de roman ‘Het grote uitstel’ van de Gentse schrijver Marc Reugebrink.


Volgens de media was dat ‘een opvallende winnaar’, lees: een volslagen onbekende. Bleek ook nog eens weinig mediageniek, die jongen: durft al eens moeilijke woorden te gebruiken, ook voor de microfoon of de camera. Waarom kan die vent niet wat grappiger zijn, wat meer oneliners produceren? Dat vinden onze VRT, Humo en de Standaard, allen organisatoren of mediapartners van de Uil, natuurlijk veel leuker.


Er deed zich nog een ander probleem voor. Reugebrinks roman ging, naar verluidt, ‘slechts’ zevenduizend vijfhonderd keer over de toonbank. Als Standaard Boekhandel, sponsor van de Uil, wil je wel zoveel mogelijk terugverdienen aan die prijs. Je stopt niet voor niets elk jaar een berg poen in dat beest. Dat viel dik tegen, dit jaar.


De jury had er dus een potje van gemaakt. Wat te doen?


Eerste poging: verander het reglement. In de loop van deze zomer liet het bestuur van de Uil weten dat uitgevers niet zomaar wat meer konden insturen. Kort gezegd: er werden dubieuze quota ingevoerd. Gevolg: luid protest bij de uitgevers en heisa in de pers. De Uil hield vervolgens de bek in de pluimen, beloofde beterschap en hoopte dat de bui zou overwaaien.


Tweede poging: zet de ouwe jury bij het huisvuil en stel een nieuwe aan, zo vermijd je gepruts aan reglementen. De quota worden dus alweer afgeschaft. Maar ‘de nieuwe regel dat juryleden extra titels aan de selectie kunnen toevoegen, blijft wel behouden’, zo meldt het bestuur van de Uil triomfant. ‘Het probleem van de verwerking van de vele boeken zal intern binnen de werking van de jury opgelost worden’.


Een goeie compostbak kan wonderen doen, qua verwerking, me dunkt, en terwijl het overaanbod tot potgrond ligt te beschimmelen, heeft de nieuwe jury de handjes vrij om geheel naar eigen luimen titels op de lijst te pleuren, zonder veel te moeten lezen. Hoe je daarmee de indruk wilt vermijden dat je bevooroordeeld te werk gaat, god zal het weten, maar stinken doet het evengoed.


Die nieuwe jury, daar zit zo al een heel vies luchtje aan. Voorzitter, voor twee jaar, wordt Guy Mortier, oervader van Humo (organisator van De Uil), en verder Eva Berghmans, chef letteren van de Standaard (media-partner van De Uil) Jeroen Vullings (redacteur bij een weekblad dat onlangs zijn vaste boekenbijlage opdoekte, tevens Hollandse excuustruus van deze jury), Jeroen Maris (schrijft postzegelgrote recensietjes voor Humo, lult ook de webstek van KV Mechelen vol) en Sam de Graeve (schrijft onder meer voor De Standaard en Dag Allemaal en glundert vaak).


Natuurlijk, ook vroeger hadden sponsors, partners en organisatoren van De Uil al te directe toegang tot de jury. Het huidige gedoe met de prijs is de zoveelste episode in een al langer lopend feuilleton van herschikkingen, reglementswijzigingen, enzovoort, alle in functie van de ‘publieksvriendelijkheid’ en waarschijnlijk ook de poen. Niets nieuws onder de zon, maar deze keer bakt men het wel heel erg bruin.


Het bestuur van De Gouden Uil vertoont een nefaste zwakte tegenover al te grote druk door de sponsors en partners. In Nederland blijken de stichtingen die voor boekhandelsketens Libris en Ako respectievelijk de Libris- en Ako-literatuurprijs organiseren daar tegen bestand. De onafhankelijkheid van de jury’s is gegarandeerd, los van de sponsors. De jury’s worden elk jaar opnieuw samengesteld en ondersteund door een professioneel, neutraal secretariaat. Dat lijkt ook de enige zuivere manier om een grotere diversiteit te garanderen in het soort literatuur dat gelauwerd wordt. Al het andere is van een rampspoedig amateurisme, en wat de Uil betreft, bestaat het al zolang dat de vraag zich opdringt: wie heeft er belang bij? Dat weten we nu klaar en duidelijk. De Gouden Uil is niet langer een literaire prijs die schrijvers en hun literatuur, eert, looft, steunt en prijst in hun streven om tegenstem te bieden, onafhankelijk te denken, spreken of schrijven. Ze is al evenmin een onderscheiding die in de oeverloosheid van het literaire aanbod plezier en welbehagen schept. Ze zet mijn kunst en die van vele andere flagrant in de zeik. De Gouden Uil vloog al  langer laag, maar vandaag is hij finaal naar de kloten.