WALPURGIS' UITVOERING VAN MONTEVERDI'S 'COMBATTIMENTO', ONTVANGST IN DE PERS

MUZIEKTHEATER WALPURGIS OP TOERNEE DOOR VLAANDEREN EN NEDERLAND

'Regisseur Peter van Kraaij en de schrijver Erwin Mortier kozen een aantal betekenislijnen als uitgangspunt en zetten die naast elkaar, als een polyfone compositie... Deze productie is een waardevol kleinood.' (De Standaard)

Op 28 april ging in Antwerpen 'Il Combattimento di Tancredi e Clorinda' in première. De voorstelling toert momenteel door Vlaanderen en Nederland. Er zijn nog voorstellingen op 30 en 31 mei, 8 juni en 7 juli. Intussen velden de eerste recensenten hun oordeel:

Gevecht om Jeruzalem (In De Standaard)

Walpurgis bewerkte samen met Erwin Mortier een madrigaal van Monteverdi.

De wereldlijke madrigalen van Monteverdi zijn veel minder polyfoon dan zijn religieuze muziek. Het kleine werk Il combattimento di Tancredi e Clorinda uit 1624 is daar een goed voorbeeld van. Het vormt een belangrijke schakel in de Europese muziekgeschiedenis, namelijk die tussen Monteverdi's statische opera Orfeo en zijn haast realistische latere werken Ulisse en Poppea.
Dat “realisme'' in de muziek wordt onder andere bereikt door de zogenaamde stile concitato, waarbij allerlei wereldse geluiden worden nagebootst in het orkest, zoals het galopperen van een paard, de slagen van zwaarden en het kloppen van een hart. Voor de opera betekende dat een revolutie, en die nam met Il combattimento een aanvang.
Het verhaal van Il combattimento is eenvoudig: de kruisridder Tancredi doodt in een gevecht bij Jeruzalem een onbekende moslimstrijder. Als hij de helm van de stervende vijand afneemt, blijkt dat zijn geliefde moslimprinses Clorinda te zijn. De regisseur Peter van Kraaij en de schrijver Erwin Mortier kozen een aantal betekenislijnen als uitgangspunt en zetten die naast elkaar, als een polyfone compositie. Allereerst is de verteller in het verhaal gedubbeld door een acteur, Ward Weemhoff, die de actuele tekst van Mortier vertelt. Daarin kijken we door de ogen van een oorlogsfotograaf naar het huidige Oost-Westconflict, met hetzelfde Jeruzalem als strijdpunt. Hij komt in gewetensnood.
Tegelijkertijd kijkt hij naar dat conflict. Op een klein speelvlak bewegen vier figuren, twee dansers en twee zangers. Zij voeren een strijd met elkaar. De twee zangers, Judith Vindevogel (Clorinda) en Lars Piselé (Tancredi) dragen laarzen aan hun voeten en aan hun armen, wat hun strijdbaarheid en onherkenbaarheid verbeeldt. De zanger Jan Van Elsacker vertolkt de rol van de verteller Testo en hij laat het perspectief van Monteverdi en zijn oorspronkelijke tekstschrijver Torquato Tasso zien.
De twee dansers vormen dan weer de derde polyfone lijn. Zij reageren op de zangers, maar vertellen een volstrekt eigen verhaal, dat van de liefdesstrijd tussen de seksen. Monteverdi en Tasso hadden dat al op het oog: het gevecht tussen de twee soldaten is eveneens een gevecht tussen twee geliefden die een machtsstrijd en gelijktijdig een paringsdans uitvoeren.
Links op het toneel zit het kleine barokensemble met klavecimbel, twee violen, altviool en cello. Op twee monitoren, linksvoor en rechtsachter op het toneel, wordt de zangtekst in het Nederlands en het Arabisch geprojecteerd - hier dus ook het dubbele perspectief.
Met al die betekenislagen wordt Il combattimento een stuk dat niet meteen gemakkelijk te volgen is, maar dat wel recht doet aan de intrinsieke rijkdom van het werk. Van Kraaij weet er bovendien een heldere structuur in aan te brengen. Deze productie is een waardevol kleinood.

Willem Bruls in De Standaard, 11/05/2006

Liefde en oorlog als spiegelbeeld (in De Morgen)

Met Il Combattimento di Tancredi e Clorinda vond Claudio Monteverdi in één trek het epische theater, de beeldende muziek en het politieke muziektheateruit. Walpurgis heeft er een actuele terugblik op gemaakt.
Erwin Mortier schreef een monoloog, waarin de oorlogsverslaggever die destijds het gevecht tussen Tancredi en Clorinda beschreef relativerend terugblikt op zijn succesvolle carrière. Meteen is het kruistochtenverhaal van Torquato Tasso gelinkt aan de huidige conflicten in het Midden-Oosten - ook door het onbeweeglijke, gefilmde woestijnlandschap, waar bij de eerste noten van Monteverdi's muziek een kudde dieren over gulpt (scenografie: Stef Depover) - en is de metafoor van de geliefden die elkaar door hun wapenrustingen niet herkennen en dus tot de dood bevechten, overgebracht naar onze blindheid voor de mens die een ander cultureel pantser draagt.
Dat is een voor de hand liggende interpretatie maar ook een reductie, want het gaat heen over de essentiële episode van het doopsel van Clorinda, dat de verzoening in de hemel inleidt en getuigt van een mededogen dat ons vandaag soms ontbreekt. Hier lijkt de zucht naar politieke correctheid het gehaald te hebben van het geloof in de waarachtigheid van de tekst (de tekst van Tasso wordt overigens in Nederlandse en Arabische vertaling geprojecteerd).
Het spiegelbeeld van liefde en oorlog wordt wel prominent opgevoerd door de ontdubbeling van de protagonisten in zangers en dansers, waarbij die laatste een speelsere versie brengen van het meedogenloze gevecht uit tekst en muziek (choreografie: Roberto Olivan). Mooi wordt het in die passages waarbij zangers en dansers in elkaar verstrengeld geraken en als veelpotige kreeften vechten, daarbij geholpen door de verontrustende kostuums van Valentine Kempynck.
De Testo (verteller) van Monteverdi is ontdubbeld in de acteur die als reporter de geschiedenis mee regisseert. Ward Weemhoff is een lichtgewicht: echte oorlogsverslaggevers, hoe ijdel ook, zijn taaier. Een soortgelijk gevoel bekruipt je bij de zangers: Jan Van Elsacker (Testo) zingt knap maar gemaniëreerd en weinig mannelijk-theatraal; Lars Piselé is te week voor Tancredi; Judith Vindevogel geeft (gewild?) de indruk dat zij al op voorhand weet dat zij het gevecht zal verliezen. De soundscape van Charo Calvo is, vergeleken met Monteverdi, conventioneel; het instrumentale ensemble dat de muziek van die laatste speelt, is wel adequaat, al wordt het klavecimbel wanstaltig versterkt.
De sterkte van de door Peter Van Kraaij geregisseerde voorstelling is haar terughouding, al komt die dicht bij de capitulatie wanneer de dansers op het moment suprême gewoon aan de kant gaan staan. Haar zwakte is dat de vele elementen ervan zelden versmelten, omdat ze niet dezelfde betekenis hebben.

Stephan Moens in De Morgen, 03/05/06

Links
Speellijst en reservaties
De recensie op de site van De Morgen
De Standaard Cultuurnieuws