MIT BRENNENDER SORGE

HET NIEUWE STADSGEDICHT VAN ERWIN MORTIER

Het vers vormt het slotgedicht van 'Voor de Stad en de Wereld', de nieuwe dichtbundel van Erwin Mortier.

Mit Brennender Sorge
(gedicht voor Antwerpen)

Ik dank u mijn taal, omdat ik dagelijks in uw sleetse laarzen
door de straten van Babel mag dwalen en handel

mag drijven in beurse tomaten en dadels, en dat ik Babels
magen hoor gisten wanneer wij kauwen, ik dank u

voor het gif van de poëzie.

Voor de dans van de tong op de kantelen der tanden,
voor de cimbalen en de tempelbellen,

de wankelmoed van deze lettergrepen
en de razende slaap diep

in de magmakamers achter mijn stem.

Ik bid u mijn taal, houd ons vloeibaar, laat ons niet stollen
tussen de scherven van het dak

op het schaakbord in de ongeschreven hemel.

Laat de inkt hier van dit vel aflopen,
dat er inkt genoeg is om de groeven te vullen

als andere rampspoed zilt als vanouds
smaakt in het jongste woord.

Leg ons niet vast, vries ons niet dicht
in de harde knarsende wereld.

Blijf broos als geliefden, mijn taal, ik dank u
voor uw vluchtig bevingeren van lip op lip,

de klapwiekende microscopie

van de geest in de syllaben, voor het gefluister
dat al onze boeken doorbladert en in ons hoofd

de schroeven laat zingen.

Heb meelij met kokketterende meisjes,
bushokken in de schemering,

het vuil onder het viaduct, met de schamele
hebzucht van dichters en diamantairs,

het smeulende hout in de synagoge en de lange
lijst der vermisten. Spaar uw woede niet

noch uw deernis voor de klerk
die de namen noteert en tevreden vaststelt

dat de rekening klopt. Ik dank u,

voor uw zieke en oeverloze memorie,
voor de foetussen en de mummies, de reuzen-

geraamtes in de geschonden vitrine, de kale grammatica
van wervel knieschijf ligament

en voor de metastasen, de connotaties

wanneer onze tong zich in uw holten wentelt
als een slak. Ik bid u,

val ons niet samen in uw vouwen,
berg ons niet op in roversholen, laat ons

als lederen rollen verbrokkelen wanneer men
het deksel van de kruik licht

en hoopt het hiaat te dempen.

********

Het vers 'Mit Brennender Sorge' vormt het slotgedicht van 'Voor de Stad en de Wereld', de nieuwe dichtbundel van Erwin Mortier. In negen gedichten kondigt daarin een anonieme stem een nakende gebeurtenis aan, waarvan niet duidelijk is of zij rampspoed dan wel voorspoed zal brengen, of beide. De verzen geven allen uitdrukking aan gevoelens van onrust of berusting bij komende veranderingen. Het slotvers, een aanroeping van de taal, is zowel een lofprijzing voor het woord als een smeekbede tot het 'gif van de poëzie' om de mens niet 'dicht te vriezen' in de 'harde, knarsende wereld', maar om hem vrij te houden voor wat kan nomen en hem te bevrijden uit stigmatisering, vooroordeel, niet het minst drang van de mens om zichzelf of anderen in sluitende definities te huisvesten.

De Titel 'Mit Brennender Sorge', verwijst naar de titel van de encycliek waarin paus Pius XI in 1937 zijn bezorgdheid uitdrukte over de gang van zaken in nazi-Duitsland. Het is de tot nu enige encyciek geschreven in een andere taal dan het Latijn. Het vers 'Mit Brennender Sorge' is een 'poëtisch geschenk' van de Gentse stadsdichter aan zijn zusterstad aan de Schelde. Bij de voorstelling van Mortiers nieuwe bundel op 2 juni neemt Antwerps stadsdichter Bart Moeyaert het gedicht officieel in ontvangst.