"MIT BRENNENDER SORGE" VOORGESTELD IN ANTWERPEN

STADSDICHTER BART MOEYAERT NAM HET PO

Op Vrijdag 2 juni vond de voorstelling plaats van 'Voor de Stad en de Wereld,' de nieuwe dichtbundel van Erwin Mortier. Bij die gelegenheid droeg de Gentse stadsdichter ook het vers 'Mit Brennender Sorge' voor, het slotvers van de gedichtencyclus én een poëtisch geschenk van Mortier voor de Stad Antwerpen.Antwerps stadsdichter Bart Moeyaert nam het gedicht officiëel in ontvangst. Zijn dankrede, 'Waarom we ons zorgen moeten maken,' kunt u hier met zijn toestemming lezen. Waarvoor dank.

Waarom we ons zorgen moeten maken

Dankrede uitgesproken door Antwerps stadsdichter Bart Moeyaert bij de overhandiging van het vers 'Mit Brennender Sorge'

De buitenwipper van de Las Vegas spreekt mij aan. Hij zegt dat hij blij is met mij. Hij is ook blij met mijn gedicht. Dat heb ik mooi gezegd, daar op die begrafenis. Ik zeg: dank u. Ik denk: de buitenwipper van de Las Vegas is goed. Hij kweekt spieren, wipt buiten, leest gedichten.

Ik ben bijna de hoek om, met mijn gedachten al op de plek waar ik te laat aan het komen ben, maar de buitenwipper van de Las Vegas roept me na. Hij maakt een gebaar waarbij hij zijn hart vasthoudt. Kom eens, kom eens, zegt hij.

Ik grijns en kom eens, kom eens. Je kunt beter nooit grijnzen. Je komt nooit meer ongemerkt aan een serieuze mond, als je het graag ongemerkt wil.

Het is bij mij te merken. Sinds een paar weken heb ik beslist dat het te zien mag zijn, als ik iets ineens niet meer grappig vind. Beleefd zijn, mijn oor.

De buitenwipper noemt in korte tijd een aantal feiten die ik nog niet van hem wist. Hij houdt van de stationsbuurt, zijn vrouw komt uit de tropen, hij vindt het goed wat ik schrijf, die stadsgedichten zijn schoon gezegd, en hij kijkt uit naar de verkiezingen.

Zal hij mij eens aan het schrikken maken, vraagt hij — hij met zijn vrouw uit de tropen, met zijn werk in de stationsbuurt, in de Las Vegas, waar het geld rolt en dezelfde kleur heeft, allemaal dezelfde kleur — zal hij mij eens aan het schrikken maken?

Hij maakt mij aan het schrikken. Inderdaad, maat. Dat gaat hij in oktober doen. De veranderingen zijn te snel gegaan. We moeten een signaal geven, dat de veranderingen te snel zijn gegaan.

Ik zeg: er zijn andere manieren.
Hij zegt: welke?
Ik zeg: andere. Denkt er eens over na. Ik zeg: gij. Ik zeg: u. Ik toon geduld. Beleefd zijn. Ik zeg dat ik van zijn oplossing de gevolgen niet ken, en dat ik het verschrikkelijk zou vinden om van iets de oorzaak te weten, maar niet de gevolgen. Ik maak me daar zorgen over, zeg ik. En ik vertel hem over Suriname, over die avond die ik daar een paar weken geleden heb meegemaakt. Op de affiche van het Boekids Festival in Paramaribo stond een avondlijk debat. We zouden het over stout en braaf hebben, en wat we daarmee doen in kinderboeken. We zouden Nederland, Vlaanderen en Suriname met elkaar vergelijken. Bij het ontbijt hoorden we dat het debat die avond niet zou doorgaan. Er bleek een groep van Surinaamse schrijvers te zijn die niet gediend was van ons bezoek. Ze vonden dat de invloed vanuit het buitenland nergens goed voor was. De groep had een persbericht naar de krant verstuurd, en zonder boe of ba hadden ze het thema van het debat veranderd. Er zou gepraat worden over de rol van de eigen Surinaamse literatuur.

Hoewel we ons niet meer welkom wisten, bleven de schrijvers die op de affiche van Boekids stonden niet afwezig. Beleefd zijn. Samen met de anderen was ik er vanuit het publiek getuige van hoe Schrijversgroep 77 een jonge debutante in de bloemetjes zette. Ze bonden haar symbolisch een doek om, en verklaarden ‘dat ze het doek vastbonden maar niet haar wijsheid, want die moest doorgaan.’ Daarna deden ze alsof er een debat ontstond, waarvan de toon duidelijk was. Wat heb je aan een boek uit een ander land of een andere cultuur als je in de tropen woont?

Ik had nog nooit eerder meegemaakt hoe het is om absoluut ongewenst te zijn, zeg ik tegen de buitenwipper van de Las Vegas.

Ik versta het, maat, zegt hij ernstig. Ik versta het.

En daarna grijnst hij weer, het valt op dat hij dat doet, en hij herhaalt nog eens wat hij daarnet al heeft gezegd, dat hij blij is met mij, schoên gedichte, plezant woêne nier, allez tot nog es, veuroît, ge woart te loat ont kome.

Links
Beluister een verslag van de avond van de voorstelling op vrtnieuws.net
Antwerps stadsdichter Bart Moeyaert
'Voor de stad en de Wereld', een uitgave van Antiquariaat De Slegte in Antwerpen