MOHAMED CHOUKRI’S HONGERJAREN

EEN KLASSIEKER UIT DE MODERNE MAROKKAANSE LITERATUUR

"Met Hongerjaren heeft Mohamed Choukri alleszins een indrukwekkende, naar de keel grijpende adelbrief op tafel gelegd, maar er zit tegelijk een dimensie aan die zijn relaas nog pregnanter maakt, maar die wij Europese lezers, vooral door onze eigen matige kennis over de geschiedenis van Noord-Afrika, een gebrek dat helaas vaak op desinteresse berust, niet meteen zullen zien."
De Volkskrant-Cicero, 13 juli 2006

Afgaand op wat Marokkaanse weblogs over "Hongerjaren" schrijven, moeten Nederlandstalige lezers van de nieuwe vertaling wel enige taalregisters ontgaan, aangezien Mohamed Choukri zijn meesterwerk schreef in een combinatie van klassiek Arabisch en de Marokkaanse spreektaal Darija, met accenten uit de talen van het Rifgebergte, zijn eigen geboortestreek, én van de verteller in de roman. De taalverwarring begint al met de titel. "Hongerjaren" heet het boek bij ons, "Le pain nu" voor de Franse lezer, "For bread alone" bij de Angelsaksen. Naar de geest vermoedelijk allemaal terecht, ik ken nu eenmaal geen Arabisch, maar het maakt wel nieuwsgierig naar welke taalkundige finesses ik onherroepelijk moet missen.

Controversieel blijkt de roman nog steeds, niet het minst in Marokko zelf. Het verhaal is intussen bijna vijfenvijftig jaar oud, maar pas in 2000 konden Marokkaanse uitgeverijen het boek, dat al decennia wereldwijd als een klassieker geldt, ook ongestraft in Choukri’s vaderland laten verschijnen. Toen pas werd het publicatieverbod opgeheven. Daardoor had Marokko een van de hoogtepunten in zijn letterkunde ironisch of cynisch genoeg vooral leren kennen in de Franse vertaling uit 1973 van Choukri’s landgenoot en kunstbroeder Tahar Ben Jelloun. Toen enkele jaren geleden het "Institut Royal de la Culture Amazighe" het boek ook wilde vertalen in het Amazight, de taal van Choukri’s geboortestreek, lokte dat bij tal van Islamitische organisaties in Marokko fel protest uit. Hongerjaren lijkt daarmee niet alleen een roman die opschudding veroorzaakt omwille van zijn onverbloemde evocatie van een kinderleven in de zwartste armoede, met alles wat je daar, in alle tijden en landstreken, kunt bij voorstellen: drank, prostitutie, seks, geweld en moord, en het voortdurende gevecht van een mens, niet alleen om brood, maar vooral om behoud van de eigen waardigheid.

Met "Hongerjaren" heeft Mohamed Choukri alleszins een indrukwekkende, naar de keel grijpende adelbrief op tafel gelegd, maar er zit tegelijk een dimensie aan die zijn relaas nog pregnanter maakt, maar die wij Europese lezers, vooral door onze eigen matig kennis over de geschiedenis van Noord-Afrika, een gebrek dat helaas vaak op desinteresse berust, niet meteen zullen zien. De roman speelt zich af in de jaren dat Marokko nog uit twee delen bestond, het ene gekoloniseerd door Frankrijk, het andere door Spanje. Daardoor zit het land opgezadeld met een tweeledige voorgeschiedenis, die ook nog eens samenvalt met oeroude etnische scheidslijnen. Ook vandaag nog, vertellen vrienden met kennis van het land me, worden bewoners uit het Rifgebergte algemeen als maatschappelijke paria’s beschouwd, en de streek blijft een der armste van het land. Tal van jonge Riffijnen trekken naar Turkije, al dan niet om later, bij een eventuele Turkse toetreding tot de EU-lidmaatschap, zich ergens in Europa te vestigen.

Deze achtergronden worden in "Hongerjaren" niet uitgewerkt, maar spelen en spreken weldegelijk in het verhaal mee. Choukri rekent hier op de kennis van zijn lezers, zoals hij op stilistisch vlak de honger van geest en lijf in korte, welhaast ongeduldig kale zinnen evoceert. Zijn relaas verkrijgt daarmee een grote fysieke kracht. Het trof mij, weldoorvoede Belg, als een vuistslag in mijn volle maag.

Erwin Mortier

Links
Meer informatie over Mohamed Choukri, naar aanleiding van diens onverlijden in 2003
Lees of download (als pdf-bestand) het voorwoord bij de vertaling, door Abdelkader Benali
Contoverse op Tawiza.nl, de Amazigh startpagina