AFSCHEID VAN DE MOOIE TROTSE STERKE ELEONORE

KORTE REDE UITGESPROKEN BIJ HAAR UITVAART IN INTIEME KRING

Lieve Eleonore,

Toen Lieven en ik jou en Jef de eerste keer zagen, in Parijs, tijdens een diner in het Vlaamse Huis, was ik geïmponeerd door je juwelen en Jefs brilmontuur, en door zijn werk, dat ik al zolang kende en waardeerde. Ik kon niet veel zeggen, omdat ik verlegen was en snel weg moest naar een onduidelijk literair debat, doorspekt met veel moeilijke woorden, waar de Fransen zo verzot op zijn.

Een tijd later kwamen jullie me thuis ophalen om samen naar de Boekenbeurs in Brussel te rijden. Ik werd vakkundig achter in jullie sportbolide gestapeld. Je droeg een vreugdekreet van bont en goudwerk, en tijdens de rit, op de nogal krappe achterbank, schoof geregeld je boa van uitbundig exclusief gepluimte langs mijn neus, zodat ik de hele tijd moest niezen.

Het is één van mijn dierbaarste herinneringen. Mensen die me doen niezen stelen mijn hart. Ik wist niet hoeveel deugd niezen kan doen. Ik wist niet hoeveel ik hield van het leven.

Het was een feest om jou en Jef te mogen leren kennen. Een les in levensplezier. We zijn allebei een beetje aangekomen door jouw gulle gastvrijheid, maar onze ziel is lichter geworden.

Ik zal je trots, je kracht, en je schoonheid missen, en je Gentse branie, je verfrissende gebrek aan ontzag voor mensen die hun lege ego oppompen met de versierselen van macht en prestige, met tuttige titulatuur of pompeuze pretentie.

Ik zal je ook missen aan de viskraam op de vrijdagmarkt, en het hele mysterieuze gebarenspel tussen jou en de vishandelaar, die je met een amper merkbare trilling van wenkbrauw of neusvleugel liet blijken of de kreeft of de langoustines al dan niet aan te raden waren, en onze blozende geitenboer met zijn handgeschepte kaasjes zal allicht niet langer nog feller gaan blozen nu ik er zonder jou moet aanschuiven.

Het was onwezenlijk, gisteren, toen Jef kwam bij ons eten, om de tafel maar voor drie te dekken. Ik zag er tegen op. Wat konden we zeggen? Maar de herinneringen kwamen vanzelf, en het plezier van het vertellen borrelde op. Het was alsof je toch de lege plek aan de tafel bevolkte en geamuseerd zat te luisteren.

Je bent nog altijd bij ons, en we zullen je nooit vergeten.

Erwin