SCHEIDEN IN EEN MISTIG LAND

Confederalisme(n) op zijn Belgisch

"In België is het ene confederalisme duidelijk het andere niet, wat niet hoeft te verbazen. Semantische wazigheid hangt altijd als een mistbank over het politieke slagveld in dat vaderland van mij, want het is zo handig. Niemand hoeft zijn werkelijke positie bloot te geven."
(Verschenen in de Neue Zurcher Zeitung, 16 november '12, en De Morgen)

"De N-VA wil Vlamingen op alle niveaus het bestuur geven dat zij wensen. Daarom doe ik een oproep aan Elio Di Rupo en de Franstalige politici. Neem uw verantwoordelijkheid en bereid samen met ons de confederale hervorming voor. Want uw belastingregering zonder meerderheid in Vlaanderen wordt door de Vlamingen niet gesteund." Met deze woorden plaatste Bart De Wever de overwinning van zijn Nieuw-Vlaamse Alliantie bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen in zijn thuisstad Antwerpen, en in vele andere Vlaamse gemeenten, meteen in een nationale context: de oproep tot een verdere, radicale omvorming van de Belgische staat tot een heuse confederatie. De manier waarop de Vlaams-nationalisten hun overwinning vierden, met veel borstgeroffel en een heuse triomfmars op het Antwerpse stadhuis, riep een dag later bij vele commentatoren koude rillingen op, onder andere wegens vermeende gelijkenissen met de jaren dertig van de vorige eeuw, toen zo'n vertoon niet alleen in België populair was. Maar eerlijk gezegd, verbaal bombast, trillende stem en een ietwat overspannen dramaturgie hebben altijd al tot de stijlelementen van de Vlaamse beweging behoord, al zolang ik het me herinner. Geen Vlaams-Nationaal Zangfeest of IJzerbedevaart, waar mijn grootouders aan moederskant me heen namen toen ik nog een kind was, of er kwam wel een piramide van jeugdige lichamen in maillot aan te pas, waarboven dan, als zinnebeeld van hoop, de Vlaamse Leeuw werd uitgerold. Intussen brachten verheven kijkende voordrachtkunstenaars teksten ten gehore, voorzien van veel binnenrijm, en donderde de lucht van toespraken waarin het gehate België, dat de verdere glorie en voorspoed van Vlaanderen in de weg stond, de wacht werd aangezegd. De populariteit van dit soort spektakels is nogal wisselvallig. In de jaren zeventig van de vorige eeuw haalde de IJzerbedevaart makkelijk zestigduizend toeschouwers. De jongste editie, vorige augustus, in een Vlaanderen dat naar verluidt overloopt van separatistische sympathieën, lokte er amper duizend.

Ingehouden reactie

Naast de uitingen van afschuw en bezorgdheid om de toonzetting waarmee de N-VA haar overwinning vierde, viel vooral op hoe ingehouden de reactie was op de oproep tot een Belgisch confederalisme. De nationale regering onder leiding van premier Di Rupo liet droogjes weten dat staatshervormingen een zaak zijn voor het federale niveau en geen agendapunt voor het Antwerpse stadsbestuur. Eenzelfde repliek viel te beluisteren bij de andere partijen. Niemand verslikte zich echt in het voorgestelde confederalisme, om de eenvoudige reden dat zowat alle partijen, en zeker de Vlaamse, dat confederalisme genegen zijn. De Vlaamse christendemocraten en de liberalen laten dat het explicietst blijken - ze hebben het opgenomen in hun partijprogramma. Ironisch genoeg vonden net zij het nodig om te waarschuwen voor de confederalistische gedachte bij de N-VA. Het socialisme heeft het dan weer over een interessante denkoefening, maar houdt er geen uitdrukkelijke partijrichtlijn op na. Sommige socialistische zwaargewichten spreken de verwachting uit dat dit confederalisme, als het er komt, er een met vier zal zijn: Vlaanderen, Brussel, Wallonië en Duitstalig België. Maar daar is zeker N-VA het niet mee eens, voor wie Brussel onvervreemdbaar deel van Vlaanderen moet blijven - althans toch in de retoriek, en ook al omdat Franstalig België zichzelf, als reactie op het Vlaams-nationalistische rumoer, tot Waals-Brusselse federatie uitriep. Het staat ongetwijfeld snoezig op het briefpapier, maar staatrechtelijk is het zinledig. Niets hield de Vlamingen tegen, lieten de Franstaligen weten, om zelf ook een Vlaams-Brusselse federatie op te richten. Gelukkig vonden ze geen gehoor - er wordt al papier genoeg verspild. In elk geval, in België is het ene confederalisme duidelijk het andere niet, wat niet hoeft te verbazen. Semantische wazigheid hangt altijd als een mistbank over het politieke slagveld in dat vaderland van mij, want het is zo handig. Niemand hoeft zijn werkelijke positie bloot te geven. Officieel is dat confederalisme natuurlijk een verdrag dat twee of meerdere zelfstandige staten met elkaar aangaan, waarin ze voor bepaalde beleidsdomeinen een gemeenschappelijke politiek voeren, evenwel zonder hun soevereiniteit op te geven. Het is een definitie die het Vlaams-nationalisme wellicht goed uitkomt, omdat de onafhankelijke Vlaamse staat erin vervat ligt, zonder dat men dit separatisme expliciet hoeft te verwoorden. De grote meerderheid van de Vlamingen blijft nu eenmaal, net als de Frans- en Duitstalige Belgen, zeer aan België gehecht, net zoals de meerderheid der burgers zichzelf in de eerste plaats Belg noemt en tot op heden de constitutionele monarchie verkiest boven bijvoorbeeld een vorm van republikeins bestuur. Alle pogingen van de propaganda-apparaten van de separatisten ten spijt, en ondanks hun agressieve aanwezigheid op internetfora en andere gebedsmolens van de hedendaagse media, blijft de Belg al decennialang graag Belg. De Vlaming vindt in meerderheid zijn verworven rechten een goede zaak, maar hij is ook onzeker over de toekomst en wil graag grotere duidelijkheid, en efficiëntie, in het warrige bouwsel van onze staatsinrichting. Dat werd inderdaad de afgelopen halve eeuw in een ijltempo omgevormd tot een ondoorzichtige opeenhoping van beleidsniveaus onder een lekkend dak, en krakend onder tal van andere mankementen.

Ondoorgrondelijk kunstwerk

Het federale België heeft zich, terwijl het werd uitgebouwd, telkens weer om een aantal zaken heen geslingerd die nu eens voor de ene taalgemeenschap, dan weer voor de andere gevoelig lagen. Het hangt van geslaagde en minder geslaagde compromissen aan elkaar en verheft zich op een drassig fundament van historische taboes. Het resultaat is een even imposant als ondoorgrondelijk kunstwerk dat stilaan dreigt in te zakken onder de stabiliteit die het moest verzekeren. De zowat achtentwintig procent van de kiesgerechtigde Vlamingen hebben bij de jongste verkiezingen misschien veeleer uit claustrofobie voor de N-VA gestemd dan uit ideologische bevlogenheid, iets waar de Belgen zich zelden door laten bevangen - en ik zeg het maar half ironisch. Ze beseffen zeer goed dat een moeizame hervorming van het land nog altijd stukken minder moeizamer zal verlopen dan een moeilijke scheiding. Wat te doen met Brussel, bijvoorbeeld, de enige grootstad in de Nederlanden, die onverbiddelijk blijft groeien en volgens onze politieke genieën van zowat alle imaginaire federaties deel mag zijn, maar nooit eens van zichzelf? En wat met onze indrukwekkend hoge staatsschuld? De regionale parlementen beroepen er zich graag op hoe goed ze het financieel gesproken wel niet doen, maar laten het nationale niveau intussen alle lopende rekeningen betalen en gunnen het daar steeds minder middelen voor. Dat is natuurlijk onhoudbaar. Anders dan het beeld dat vaak in het buitenland van Vlaanderen wordt opgehangen was ons lokale separatisme dus nooit gedragen door een echte volkswil, heeft het zo zijn tuttige kanten, en is het ook een tamelijk recent verschijnsel. De eerste fase van de Vlaamse beweging beoogde de volwaardige erkenning van het Nederlands, naast het Frans, op het gehele Belgische grondgebied. Van homogene taalgemeenschappen was geen sprake. Net zomin als die Vlaamse beweging een politieke partij was - of is. Het gaat ook vandaag om een zeer los geheel van belangenverenigingen, denktanks, cultuurverenigingen en pressiegroepen, van progressief-liberaal tot rechts-extremistisch, die allemaal op eigen wijze invloed en druk uitoefenen op het gehele Vlaamse politieke spectrum - dat die signalen op zijn beurt op zeer uiteenlopende wijzen interpreteert. Dat hele proces speelt zich ook grotendeels ver boven de hoofden van de gemiddelde burger af. Een werkelijk anti-Belgische, separatistische stroming ontstond pas na de Eerste Wereldoorlog en de traumatische gevolgen van de Duitse bezetting. Een klein deel van de op zich al niet dik gezaaide intelligentsia in Vlaanderen had toenadering tot de Duitsers gezocht om haar streven een extra zetje te geven, wat natuurlijk niet bevorderlijk was voor de goede verstandhouding zodra België weer bevrijd was. Het separatisme blijft tot op heden verder meanderen, grotendeels in een parallelle bedding, los van de koers die het staatshuishouden volgt. Vlaanderen kreeg zijn taalrechten, geniet rechtspraak en onderwijs, intellectueel en politiek debat in het Nederlands, en naarmate het die culturele en politieke emancipatie kon verwezenlijken, werd dat separatisme steeds 'naakter', een separatisme van de centen - een evolutie die gelijke tred hield met de neergang van de traditionele industrie in Wallonië en de groei van de economie in Vlaanderen, dat makkelijker de omschakeling kon maken. Niet voor niets houdt het huidige nationalisme van de N-VA zich zo ver mogelijk van de oude, romantisch-culturele retoriek van het separatisme en schetst het voor de Vlaming het beeld van een Belgische regering die gedomineerd wordt door immer naar belasting snakkende Walen, die het land leegzuigen om hun lethargie te financieren. Dat is wat kort door de bocht. Het gebrek aan legitimiteit van ons nationale parlement vloeit vooral voort uit het gegeven dat wij Belgen nooit als Belgen kunnen stemmen. Ieder ander federaal land beschikt over een politiek halfrond waarin de vertegenwoordigers vanuit en door de natie als geheel worden verkozen. Maar Vlamingen kunnen federaal niet voor Franstaligen kiezen, of omgekeerd. Het separatisme buit deze toestand gretig uit en heeft het over België als een land van twee onverzoenbare democratieën. Daarbij vergeet het even gretig dat het voor die toestand minstens evenveel verantwoordelijk is als de starheid aan Franstalige kant. Want België herscheppen, welkome helderheid creëren in ons mistige en jichtige nationale bouwsel, dat overigens, ondanks alles, een triomfboog optrekt voor meer dan een halve eeuw van vreedzame Belgische politiek, dat is dan weer, tja, een huizenhoog taboe.

ERWIN MORTIER

De Duitse versie: http://www.nzz.ch/aktuell/feuilleton/uebersicht/scheiden-im-nebligen-lan...