MARY BORDENS 'VERBODEN GEBIED' VERSCHENEN

VERTAALD DOOR ERWIN MORTIER

Deze week is bij Uitgeverij De Bezige Bij, de Nederlandse vertaling van Mary Bordens vergeten oorlogsklassieker: 'The Forbidden Zone' van de persen gerold. Het boek dateert uit 1929 en werd nooit eerder naar het Nederlands vertaald. Schrijver Erwin Mortier vertaalde het werk van de frontverpleegster als 'Verboden Gebied.'

Mary Borden richtte in 1915, grotendeels met eigen middelen en giften van welgestelde personen, een eigen veldhospitaal op, dat functioneerde onder de vleugels van de nogal stugge medische dienst van het Franse leger. "Bordens hospitaal, opgesteld in Roesbrugge in de buurt van Ieper en Poperinge in België, bleek al snel zo succesvol dat ze haar principes ook kon toepassen elders aan het front, nabij de slagvelden van de Somme. De sterftecijfers in de hospitalen onder Bordens supervisie lagen dan ook beduidend lager dan elders. Onder de soldaten kreeg het hospitaal in Roesbrugge al snel de koosnaam ‘Le Petit Paradis des Blessés’, het kleine paradijs der gewonden. Gezien de omvang van de oorlogsslachting blijft niettemin ook voor het hospitaal van Mary Borden het aantal gewonden dat het ziekenhuis niet levend verliet bijzonder groot.

Vandaag is Roesbrugge een slaperig polderdorp aan de oever van de rivier de IJzer, met in de verte, op het zuiden, de contouren van de Kasselberg, en de Rode- en de Zwarteberg; fossiele duinen die ooit een ondiepe binnenzee afdamden. De bodem heeft intussen alle sporen van Mary Bordens veldhospitaal en de talloze andere lazaretten, hulpposten en ziekenhuizen die tijdens de oorlogsjaren in die buurt verrezen, in zich opgezogen en onder graszoden of ploegvoren bedekt, maar haar Hôpital Chirurgical Mobile No. 1 neemt intussen in de geschiedenis van de oorlogsgeneeskunde terecht een bijzondere plaats in.

Veel minder bekend echter, al komt daar de laatste jaren gelukkig verandering in, is dat aan het hospitaal ook twee belangrijke literaire werken zijn ontsproten die een prominente plaats verdienen in het pantheon der dichters en prozaïsten van De Grote Oorlog. Al in 1916 publiceerde Ellen Newbold La Motte, een van de verpleegsters die Mary Borden had aangeworven, haar bijtende, nietsontziende roman in schetsen Het kielzog van de oorlog, een geschrift dat weinig heel laat van de patriottische retoriek waarmee de oorlog was verwelkomd door het politieke en militaire establishment, én grote delen van de rest van de Europese samenlevingen. La Mottes boek werd vrijwel onmiddellijk verboden. Ook in de literaire kritiek riep de roman heftige en niet altijd van misogynie gespeende reacties op.

Gelijkaardige vijandige kritieken oogstte ook Mary Borden toen zij in 1929 haar grotendeels tijdens de jaren aan het front in België en Frankrijk geschreven boek The Forbidden Zone uitgaf, een geschrift dat van al even weinig ontzag voor de officiële versie van de slachting blijk geeft als het boek van La Motte. Het boek kreeg ook enkele lovende recensies, hoewel de meeste critici, hetzij openlijk, hetzij impliciet, moeite hadden met het feit dat dit verontrustende geschrift van de hand van een vrouw was. En tijdens de oorlog Borden had haar tekst al bij Britse uitgeverijen aangeboden, maar geen enkele wilde had zich aan een publicatie gewaagd. Wel was ze erin geslaagd een aantal prozagedichten, waarmee The Forbidden Zone afsluit, in literaire tijdschriften te plaatsen." (Uit de inleiding)

Een fragment:

"De berriedragers strompelden door zijn gewicht toen ze hem vanuit het zonlicht de operatiekamer in brachten. Een ogenblik lang zetten ze hem neer op de grond vlak buiten de hut voor de operaties en veegden het zweet van hun bejaarde voorhoofd. Het was een hete zomerdag. In de sector was het rustig. De aanval die twee dagen voordien het hospitaal had doen vollopen was geluwd. Nu kwamen slechts sporadisch ambulances door het hek van het hospitaal gluren, om mannen af te leveren die de berriedragers over het hoofd hadden gezien, zodat zij een paar nachten in het Niemandsland waren achtergebleven of onnodig door verdwaalde kogels waren geraakt nadat het grote geweld voorbij was. Deze man was op eigen houtje uit de verte opgedaagd, een rode reus, een gehavende Ford had hem bewusteloos door de zomermiddag vervoerd en als een blok kaphout op onze drempel achtergelaten, het eenzame personage in een of ander obscuur voorval tijdens de naweeën van een veldslag. Hij lag als een gevelde os op de grond, een dodelijk gewonde stier, en ademde luidruchtig."

Momenteel voltooit Erwin Mortier 'A Diary Without Dates' (Dagboek zonder datum) van Enid Bagnold, een andere literair begaafde frontverpleegster. Haar boek verscheen in 1917 en leidde tot haar oneervol ontslag uit de Britse Medische Dienst van het leger. Met de vertaling van de sterke teksten van dit 'drievrouwschap' wil Mortier naar eigen zeggen zijn eigen 'Groote Oorlog' achter zich laten. Maar hij is blij de lezers toch te kunnen laten delen in de kracht van sommige literaire stemmen die hij voor het schrijven van zijn roman 'Godenslaap' mocht ontdekken.