DE NEUE ZURCHER ZEITUNG LOOFT "GÖTTERSCHLAF"

"MORTIER SCHETST IN ZIJN ROMAN HET MORELE PORTRET VAN EEN VERLOREN TIJD"

"Ze zijn allebei tovenaars, Helena en Erwin Mortier, door ons mee te voeren achter de schermen van het verhaal. We zien niet de slagvelden van Ieper, en we zien zelfs niet de meer subtiele strijd tussen moeder en dochter, man en vrouw. Slechts af en toe flakkert dit alles op, maar het is altijd de weerspiegeling van een groter, verborgen kwaad".

Nadat eerder al de Frankfurter Allgemeine Götterschlaf, de Duitse vertaling van de roman Godenslaap, met lof overlaadde, komt nu ook dat andere slagschip van de Duitstalige krantenwereld, de Neue Zurcher Zeitung, met een lovende bespreking van de jongste roman van Erwin Mortier. De krant opent er zijn Feuillton mee, de presigieuze cultuurbijlage, nadat gisteren (13/12) Mortier zelf de bijlage mocht openen met een lijvig artikel over de toestand van België.

"Omzichtig en niet zonder risico heeft Mortier in zijn roman voor het vrouwelijke perspectief gekozen" stelt recensent Roman Bucheli: "door die afstand wint hij emapthie... Je moet een beetje wennen aan de aanvankelijke wijdlopigheid van het proza, men moet de vele arabesken, voortdurend afgebogen door de gedachteninterrupties van de vertelstem, leren lezen als het beeld van een verdwenen Belle Epoque, waarna deze rivier van vertellingen een even schokkend intieme kijk opent op het leven van Helena, waauit dan weer het trauma van de Eerste Wereldoorlog in beklemmende beelden oprijst."

"Wat ze aan het begin van de roman over haar schrijven zegt, betreft zowel de inhoud als de vorm van haar aantekeningen. Ze brengen een requim voor haar doden - haar moeder, de aanbeden broer, en haar eigen dochter, en zij zijn op hun beurt niets anders dan fragmenten die zich ophopen in een onvermoeibare herinneringsstroom die het dichtbije met het verre confronteert, en het vroege en het late zonder onderscheid bij elkaar brengt. Daaruit ontstaat niet alleen een fragiele levensgeschiedenis, Mortiers roman schetst ook het morele portret van een verloren tijd."

"Herinneringen zijn 'fantoompijnen van de ziel,' zegt Helena ergens. Tegen de pijn in schrijft ze haar dagboek, met een ondoorgrondelijke woede jegens de tijd, de moeder, de dochter en ja, zelfs haar man.  Slechts fragmenten geeft ze over haar huwelijksleven prijs, en zelfs het leven op zich blijkt in die terugblik in talloze frames uit elkaar te vallen. Waarom moet ze die fragmenten samenvoegen, vraagt Helena zich. Niet om betekenis te schenken aan de dingen, die allemaal gebeuren zonder samenhang. 'Ik heb nooit om andere redenen al die schriften gevuld met hun tekens dan om al schrijvende mijn voet tussen de deur van het definitieve te wringen, als een opdringerige leurder in magische schoonmaakspullen.'"

"Dat 'magische schoonmaakmiddel' is natuurlijk de taal, die herinneringen in schrift transformeert. En ze zijn allebei tovenaars, Helena en Erwin Mortier, door ons mee te voeren achter de schermen van het verhaal. We zien niet de slagvelden van Ieper, en we zien zelfs niet de meer subtiele strijd tussen moeder en dochter, man en vrouw. Slechts af en toe flakkert dit alles op, maar het is altijd de weerspiegeling van een groter, verborgen kwaad."