HET HERDENKEN HERDENKEN

ERWIN MORTIER HOUDT ELFNOVEMBERLEZING 2010

"Gedegen historische studie, het bijbrengen van een grondig historisch besef aan de jongere generaties, is ook een manier om de doden mondigheid te verlenen, zonder van hen te verlangen dat ze ons in alles naar de mond praten. Als we bij wijze van spreken vanuit deze stad de sporen van de Grote Oorlog zouden volgen, als we het kluwen van littekens zouden aftasten dat vanuit de frontzones van toen dwars door de tijd, de ruimte en talloze lichamen snijdt, zouden we ongetwijfeld op zaken stuiten die altijd wel ergens of bij iemand gevoelig liggen, op taboes en pijnlijke feiten die voor verbeten stiltes of heftig rumoer kunnen zorgen.Iedereen heeft zijn verhaal, iedereen zijn verzwijgen, iedereen zijn kijk op de geschiedenis."

Op uitnodiging van het Vlaams Vredesinsituut van het Vlaamse Parlement, de stad Ieper en het In Flanders Field Museum hield Erwin Mortier in de Ieperse Sint-Jacobskerk op tien november, aan de vooravond van de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog, de derde Elfnovemberlezing. Mortier volgt daarmee oorlogsjournalist Robert Fisk op, en de Tadatoschi Akiba, burgemeester van Hiroshima. Mortier had het in zijn redevoering over het spanningsveld tussen de grote geschiedenis en de individuele levens, en de heikele onderneming van de herinneringsarbeid, waartoe we allemaal onherroepelijk genoopt zijn. Een uittreksel:
 
"Gedegen historische studie, het bijbrengen van een grondig historisch besef aan de jongere generaties, is ook een manier om de doden mondigheid te verlenen, zonder van hen te verlangen dat ze ons in alles naar de mond praten. Als we bij wijze van spreken vanuit deze stad de sporen van de Grote Oorlog zouden volgen, als we het kluwen van littekens zouden aftasten dat vanuit de frontzones van toen dwars door de tijd, de ruimte en talloze lichamen snijdt, zouden we ongetwijfeld op zaken stuiten die altijd wel ergens of bij iemand gevoelig liggen, op taboes en pijnlijke feiten die voor verbeten stiltes of heftig rumoer kunnen zorgen.Iedereen heeft zijn verhaal, iedereen zijn verzwijgen, iedereen zijn kijk op de geschiedenis."

 Lisa Appignanesi, (Britse schrijverst van Poolsjoodse origine) die het geheugen als vergadertafel verbeeldde, vertelde me een gesprek ook over haar moeder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door een ingewikkeld spel met identiteiten zichzelf en haar man uit de Jodenvervolging had weten te houden:


‘Als kind werd ik al snel gewaar dat er in ons gezin allerlei dingen aan de hand waren die op zijn minst raar waren, en ik wist nietwaarom. Ik dacht dat zeker mijn moeder doelbewust over de oorlog loog. Niets van wat mijn moeder zei bevestigde wat in de geschiedenisboeken stond. De “objectieve” geschiedenis en haar eigen levenservaring liepen nooit in de pas. Toen ik ouder werd realiseerde ik me gaandeweg dat met mijn moeders geheugen helemaal niks aan de hand was. Alleen was haar beleving van die periode, omdat zij de afloop niet kende, totaal verschillend. Wat mijn ouders betreft, werd me snel duidelijk dat ze zich, met hun evenwichtsoefeningen tussen herinneren en vergeten, een pad uithakten in een wel heel erg dichte wildernis. Soms kwamen ze op gevoelige plekken terecht, en moesten ze zich terugtrekken en hun wonden likken. De verhalen van mijn moederwaren zo verwarrend voor mij omdat haar “onderhandelingen” met het verleden er in wezen op neerkwamen dat ze zichzelf absoluut niet als een slachtoffer wilde beschouwen. Ze was de koningin der misleiding die jarenlang zichzelf en haar man uit de klauwen van de nazi’s heeft weten te houden. Haar narratief was er een van triomf. Ze verwierp met klem de slachtofferrol.’


Het verhaal vertoont merkwaardige parallellen met een deel van mijn eigen familiegeschiedenis, toen mijn grootouders aan moederskant met de Duitse bezetter sympathiseerden en een oudoom als soldaat in het Duitse leger aan het Oostfront vocht, en er ook sneuvelde. In de psyche van de slachtoffers van de geschiedenis, evengoed als bij de medeplichtigen, zat een gordiaanse knoop van schaamte, verholen trots, verdraaiing, verbloeming en geworstel. En wat voor individuen geldt, gaat ook op voor naties en hun herinneringsarbeid: ze verzwijgen, verfraaien, vergoelijken en verheerlijken in functie van hun eigenbeelden hun belangen.


Er is echter iets wat we in dit opzicht niet mogen vergeten. Al dat geharrewar en getouwtrek aan de onderhandelingstafel van de memorie is niet het obstakel dat het gesprek met het verleden in de weg staat, in wezen is het dat historische gesprek: het nooit ophoudende, vaak moeizame en bijna altijd pijnlijke overleg met het voorbije – en we hebben nood aan goede historici die dit gesprek voor ons modereren, die aangeven welke conclusies gerechtvaardigd zijn, en welke niet. Een geheugen is dood zodra het niet langer aangesproken, maar slechts opgeslagen wordt of alleen maar uit de archiefdoos wordt opgediept om ons in ons illusoire historische isolement te bevestigen."

De volledige tekst, in drie talen, is als pdf te downloaden op de site van het Vlaamse Vredesinstituut. Zie ook de opiniebijlage van de krant De Standaard, voor een ingekorte versie, en reacties.