"NIEMAND WEET DAT IK EEN MENS BEN" VERSCHENEN

VERHALEN VAN MINDERJARIGE VLUCHTELINGEN IN BELGI

Op 7 oktober werd in Minor-Ndako, het opvangtehuis voor minderjarige niet-begeleide vluchtelingen te Brussel Niemand weet dat ik een mens ben. Minderjarige vluchtelingen en hun verhaal voorgesteld. Het boek bevat de neerslag van acht ontmoetingen die Erwin Mortier had met jonge mensen die zonder begeleiding vanuit alle delen van de wereld in België belandden. Fotografe Lieve Blancquaert portretteerde hen.


Erwin Mortier ontleende de titel voor het boek aan het verhaal van een van de jongeren wiens relaas hij optekende, de zeventienjarige Amin uit Koerdistan in Noord-Irak:



Ik ga naar school.
Ik werk.
Ik ben geen dief,
geen vechtjas. Iedereen
vindt mij oké.
Ik moet mens blijven. Waarom
mag ik hier dan niet voor altijd blijven?


Ik ben vluchteling.
In België.
Laat me hier mijn leven leven.
Ik red me wel.
Geef me asjeblieft de juiste papieren.
Dan kan mijn angst verdwijnen.


Ik spreek nu goed Nederlands.
Wat heb ik aan jullie taal
als ik naar een ander land gestuurd word?


België is mijn papa,
mijn mama,
mijn alles.


Ik heb veel plannen. Zoals een oude man
heb ik veel plannen, mijn hoofd
zit vol.
Ik wil goed werk.
Ik wil een mooi huis.
Ik wil een mooie auto.
Ik wil een vrouw.
Ik wil kindjes.
Ik wil een goed gezin.
Dan kan ik mama en papa vergeten.


Maar ik kan mijn toekomst niet zien,
zonder papieren.



Erwin Mortier, Lieve Blancquaert en vormgever Kris Demey maakten het boek na contact met Opvang, een vereniging voor pleegzorg. Die had de bevolking graag bewustgemaakt van de grote nood aan voogden en pleeggezinnen voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen: ‘We wilden vermijden dat dit boek deze jonge mensen zou herleiden tot ‘gevallen’. Evenmin mochten hun verhalen, over hun afkomst, hun reis en hun niet altijd even makkelijke aanpassing aan het leven in ons land, tot een ‘problematiek’ worden herleid. Waar ze ook vandaan komen, en waar ze ook heen willen of heen gestuurd worden, geen van deze kinderen is voor zijn of haar plezier uit soms verafgelegen delen van onze planeet naar Europa, naar België gekomen. Velen hebben door oorlog, politiek geweld of ander onheil hun ouders verloren. Ook de wijze waarop ze in ons land terechtgekomen zijn heeft hen vaak zwaar aangegrepen…Lieve en ik besloten dan ook met een aantal van deze jongeren te gaan praten en zoveel mogelijk aspecten van hun bestaan te laten doorklinken, in en tussen de regels, expliciet en impliciet.’