DUITSLAND PRIJST “GODENSLAAP” DE HEMEL IN

OOK EERSTE REACTIES UIT FRANKRIJK HOOPVOL

“Deze roman uit België is een boek dat met verstomming slaat. Het voert ons diep het dagelijkse leven tijdens de Eerste Wereldoorlog in, en het doet dit zo indrukwekkend dat auteur Erwin Mortier die tijd zelf lijkt te hebben meegemaakt.” (Frankfurter Allgemeine Zeitung)
“Hij neemt, zoals in zijn vorige werken, de zorg op zich de naald van een unieke poëtische sensibiliteit doorheen de stugge plooien van de tijd te trekken.” (Livres Hebdo)

De zomer loopt op zijn einde, de boekenherfst breekt aan. Zowel Mortiers Duitse uitgever Dumont, als Fayard, zijn vaste stek in Parijs, kozen heb begin van het literaire hoogseizoen als moment voor de lancering van Götterschlaf en Sommeil des Dieux, de respectievelijk Duitse vertaling (door Christiane Kuby) en Franse editie van Godenslaap. Traditiegetrouw maakt ook de literaire journalistiek zich op om de nieuwe uitgaven te wegen.

‘Deze roman uit België is een boek dat met verstomming slaat’, oordeelt critica Sabine Brandt in de boekensectie van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ‘Het voert ons diep het dagelijkse leven tijdens de Eerste Wereldoorlog in, en het doet dit zo indrukwekkend dat auteur Erwin Mortier die tijd zelf lijkt te hebben meegemaakt. Maar hij kwam pas decennia later ter wereld, namelijk in 1965. De oorlogsverhalen ontspinnen zich uit het leven van een vrouwelijk hoofdpersonage, en wel met zo’n inlevingsvermogen dat men zich verbluft afvraagt hoe een mannelijke verteller zoiets vermag. Hebben we hier met een uitmuntend psycholoog te maken? Klaarblijkelijk niet, aangezien de uitgever in de flaptekst hem als kunsthistoricus, schrijver en journalist betitelt. Dan rest ons niets anders dan het gelukkig makende inzicht dat sommige schrijvers zich even intensief als succesvol bekommeren om de eisen die hun materie en haar achtergronden aan hen stellen.’

Brandt waardeert verder de leefwereld van de belle epoque die het hoofdpersonage Helena Demont weet te evoceren, maar voegt eraan toe dat de roman vragen wil beantwoorden die ons allen bezighouden:

‘Zij denkt terug aan haar verleden, om die tijd en alles wat eraan ontsproten is beter te kunnen begrijpen, een doel dat ze slechts gedeeltelijk kan bereiken. In haar plaats zouden ook wij waarschijnlijk veel moeten missen. Maar de overwinning die Helena bereikt, beloont niettemin de inspanning van haar superlange levensbiecht. Bladzijde na bladzijde komt ze dichter tot zichzelf, en ze sluit af in vrede met zichzelf en wat ze deed of wat haar is overkomen. Wanneer ze ons tenslotte vaarwel zegt – en het zal voor iedereen wel duidelijk zijn dat het  om een finaal afscheid gaat – , heeft ze zichzelf, haar bestaan en haar bijzondere omstandigheden aanvaard. Is er een grotere overwinning denkbaar, na alle gevechten in een mensenleven?’

Ook merkt ze op dat Helena’s kleine leven en de even kleine levens van wie haar omringen niet los te zien vallen van de grotere geschiedenis:

‘In deze wereld van duizend coulissen barsten ineens de wapens van de Eerste Wereldoorlog los. Voor sommige tijdgenoten brengen ze niet alleen angsten, maar ook een, zij het gewelddadige, verlossing uit vele ketenen. Maar al snel wordt duidelijk dat deze oorlog uit dezelfde bodem opgroeit als de vooroordelen, keurslijven en onmenselijkheden van het dagelijkse leven. En erger nog: dat al deze afgronden, in het militaire evengoed als in het burgerlijke leven, getuigenis afleggen van het onvermogen van het schepsel mens bedachtzaam met het geschenk van zijn bestaan om te gaan.’

‘De uitgever noemt het boek de “exemplarische geschiedenis van een vrouwenleven in de twintigste eeuw.” Dat klopt, maar het volstaat niet om deze roman in al zijn aspecten te begrijpen. Het is om het even waarom schrijver Erwin Mortier deze Helena als de draagsters van zijn verklaringen heeft verkozen, maar het zou verkeerd zijn diens bedoelingen enkel te situeren in een beschouwing van haar rol als vrouw. We naderen het hart van zijn verhaalarbeid wellicht dichter wanneer we ervan uitgaan dat dit meisje het hele tijdperk moet belichamen. Helena opent voor ons de deur naar een samenleving die zichzelf voor haar eigen starheid opoffert. De belemmeringen van haar tijd worden gecombineerd met de politieke toestanden, en ten slotte komt dan het inzicht dat historische en persoonlijke omstandigheden zich met elkaar kunnen verenigen en moorddadige gebeurtenissen kunnen baren. Daarmee is deze roman veeleer een exemplarische geschiedenis over de oorsprong van de verschrikkingen van de twintigste eeuw.’

Ook in Frankrijk lijkt Mortiers bekroonde roman te zullen aanslaan. In een recensie voorafgaand aan de officiële verschijning op 1 september, in Livres Hebdo, heeft criticus Sean James Rose eveneens oog voor de herinneringsarbeid die zich in het boek ontvouwt:

‘Mortier wil de muziek van de belle epoque laten horen, met alle nuances van deze subtiel hiërarchische samenleving... Hij laat ons  de verschillende lagen van de taal beluisteren: Emilie, de dienstmeid, spreekt een Vlaams vol argot, terwijl Helena haar conversaties truffeert met franse uitdrukkingen en gallicismen (“De frasering van Erwin Mortier heeft in deze roman iets zeer Frans,' getuigt zijn vertaalster à titre, Marie Hooghe”)’

Maar ook Rose vindt de roman uiteindelijk veel meer dan een oorlogsverhaal:

‘Maar als de oorlog van het gehele boek het zenuwstelsel is , dan is meer dan één gegeven de katalysator van tragedies die iedereen treffen: familieneurosen, verlies aan status, bespiegelingen over het "utopische" België... En waar de dood is, is de liefde nooit ver weg, en omgekeerd - en dit tweelingschap laat ons zien dat deze beide vijanden de liefde voor het lichaam delen. Helena is vandaag een vergrijsde zetel van wijsheid die ondanks de machtmerrie van modder en bloed nimmer de tederheid van haar minnaar kan vergeten.’