"IK WILDE HET PERSPECTIEF VAN DE PATIENTE EN VAN DE DOKTER"

LISA APPIGNANESI PRAAT MET ERWIN MORTIER OVER 'GEK, SLECHT EN DROEVIG'.

"Als je bedenkt dat we om vandaag geluk te bereiken voortdurend omringd zijn door chemische stoffen die we moeten slikken of spuiten, dan kun je de drugs die je op straathoeken kunt kopen niet los zien de antidepressiva die je bij de apotheker haalt. Dat is één continuüm. We hanteren een medicinaal model van het menselijk bestaan dat geluk met euforie verwart, en euforie kun je alleen maar met kunstmatige middelen in leven houden." (In De Morgen, Uitgelezen van 13 oktober 2009)

Lisa Appignanesi raakte geboeid door gekte en geneeskunde en schreef er een uitermate boeiend boek over: Gek, slecht en droevig. Een geschiedenis van vrouwen en psychiatrie van 1800 tot heden. Veel psychische stoornissen komen frequenter voor bij vrouwen dan bij mannen. Lisa Appignanesi zoekt uit waarom dat zo is aan de hand van verhalen van een groot aantal uitzonderlijke vrouwen, van Virginia Woolf tot Marilyn Monroe.


'Ik vind het wel fijn dat België zo'n klein land is, de grens is altijd vlakbij, daar hou ik van. Ik zit namelijk zelf vol grenzen, ik ben de borderline zelf", lacht Lisa Appignanesi terwijl we gaan zitten in een stille hotelkamer in Antwerpen. Haar naam doet anders vermoeden, maar Appignanesi werd in Polen geboren, vlak na de Tweede Wereldoorlog, groeide op in Frankrijk en Canada, en woont intussen alweer jaren in Londen. Het verhaal van haar ouders, die de Jodenvervolging overleefden door zich in een jarenlang hachelijk spel met valse identiteiten als niet-Joden voor te doen, reconstrueerde ze in het briljante Wie was mijn moeder?


Gek, slecht en droevig. Een geschiedenis van vrouwen en psychiatrie van 1800 tot heden, haar jongste boek, zoomt dan weer uit naar de grote geschiedenis van het psychiatrische denken, en wat vrouwen daar zo al van vonden en ondervonden. Zowel tijdens het lezen van haar familiegeschiedenis als het relaas van de 'gekke vrouwen' viel me op hoeveel raakpunten de situatie van Appignanesi's moeder in het Polen onder de nazi's vertoonde met de pogingen van vrouwen hun verhouding met het psychiatrische denken en hun artsen naar hun hand te zetten. Appignanesi's ouders verhuisden na de oorlog naar Canada, naar nota bene de meest katholieke regio van het land, waar men Joden verdachte lieden vond. Ze leken daarmee doelbewust een context op te zoeken die gelijkenissen vertoonde met hun hachelijke bestaan in Polen onder het nazisme. Een heimelijkheid die vooral haar moeder goed lag.


Lisa Appignanesi: "Mijn ouders zochten allebei een omgeving die paradoxaal genoeg vertrouwdheid bood door haar vijandigheid, maar bij mijn moeder zag je dat het best. Als kind werd ik al snel gewaar dat er in ons gezin allerlei dingen aan de hand waren die op zijn minst raar waren, en ik wist niet waarom. Ik dacht dat zeker mijn moeder doelbewust over de oorlog loog. Niets van wat mijn moeder zei bevestigde wat in de geschiedenisboeken stond. De 'objectieve' geschiedenis en haar eigen levenservaring liepen nooit in de pas. Toen ik ouder werd realiseerde ik me gaandeweg dat met mijn moeders geheugen helemaal niks aan de hand was. Alleen was haar beleving van die periode, omdat zij de afloop niet kende, totaal verschillend.


"Het geheugen is natuurlijk ook altijd een creatie, gekleurd door inventie. Herinneren is een vorm van onderhandelen. Volgens mij is dat cruciaal. En zeker in de politiek is herinnering bij uitstek een vorm van onderhandelen. Kijk maar hoe nationalistische bewegingen actief aan geheugenpolitiek doen, soms met zeer gevaarlijke doeleinden. Maar eigenlijk doen wij allemaal aan 'geheugenpolitiek'. We zitten allemaal voortdurend rond de onderhandelingstafel van het geheugen. Nu wat mijn ouders betreft, werd me snel duidelijk dat ze zich, met hun evenwichtsoefeningen tussen herinneren en vergeten, een pad uithakten in een wel heel erg dichte wildernis. Soms kwamen ze op gevoelige plekken terecht, en moesten ze zich terugtrekken en hun wonden likken."


Speelden die complexiteit en creativiteit van de herinnering mee in uw besluit om Gek, Slecht en Droevig te schrijven?


"Je zet me aan het denken. Wat ik wilde bereiken, was een geschiedenis van 'gekte en geneeskunde' die zich zo niet van 'gevallen' zou bedienen. Gevalstudies vatten de ervaringen van mensen meteen in een medisch weten. Dan krijg je observaties en aantekeningen. Ik wilde zowel levensverhalen als gevalstudies weergeven. Het perspectief van de patiënte én van de dokter, om te horen waar het klinkt en waar het botst."


En al die 'gekke' vrouwen interpreteren wat de artsen zeggen vaak zeer persoonlijk. Ze geven er nieuwe betekenissen aan. Ze 'onderhandelen' evenzeer. Ze zijn niet bepaald passief.


"Dat vond ik uitermate belangrijk. En om verder op je vraag in te gaan, de verhalen van mijn moeder waren zo verwarrend voor mij omdat haar 'onderhandelingen' met het verleden er in wezen op neerkwamen dat ze zichzelf absoluut niet als een slachtoffer wilde beschouwen. Ze was de koningin der misleiding die jarenlang zichzelf en haar man uit de klauwen van de nazi's heeft weten te houden. Haar narratief was er een van triomf. Ze verwierp met klem de slachtofferrol. Dus ja, ik zie nu inderdaad een verband tussen mijn vorige werk en Gek, slecht en droevig."


Een van de meest aangrijpende geschiedenissen in het boek is die van Mary Lamb, de schrijfster die in haar jeugd in een vlaag van waanzin haar eigen moeder doodstak. Later blikt ze op die periode terug. Het is wellicht de eerste keer dat iemand naar haar kinderjaren terugkeert om zichzelf beter te begrijpen. Waarom is op een gegeven ogenblik in de geschiedenis het geheugen zo belangrijk geworden?


"Dat is waarschijnlijk een aspect van de romantiek. Op het einde van de achttiende eeuw zie je mensen steeds vaker dagboeken bijhouden. Niet alleen maar de geletterde elites, die deden dat al langer, maar ook steeds meer 'gewone' mensen houden er zich mee onledig. Men begon na te denken over de eigen subjectiviteit, op een schaal die, als we op de bronnen mogen vertrouwen, voordien ongekend was. De westerse mens kreeg zijn 'zelf' door middel van geheugenarbeid. We hebben trouwens geluk dat we Mary's verhaal kunnen lezen. Enkele jaren later later had men haar als 'gevaarlijke gek' wellicht levenslang opgesloten, in plaats van haar te verplegen. Ze had het geluk dat de Engelse koning zelf ook episoden van krankzinnigheid had. Dat zorgde voor een humane benadering van 'lunatieken' of maanzieken, zoals men psychiatrische gevallen toen noemde."


Als ik ooit gek word, zou ik ook wel maanziek willen heten...


"Het is een zeer mooi woord. Het lijkt me veel beter om maanziek te zijn dan te lijden aan een van de negenhonderd vijftig afkortingen uit de psychiatrische handboeken van vandaag, waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt - laat staan een psychiater zijn patiënten..."


Opvallend is ook hoeveel vrouwen door hun artsen met veel begrip en luisterbereidheid omringd werden. Vandaag zou een vrouw die zich zwaar neerslachtig voelt nogal snel de boodschap krijgen: daar hebben we pillen voor.


"Ja, en dat is zo'n gruwelijke reductie van onze menselijke ervaring. Het is geen toeval dat we een enorme toename zien van wat we depressies noemen in een tijd die ons voortdurend inpepert dat we gelukkig moeten zijn. En als je bedenkt dat we om dat geluk te bereiken voortdurend omringd zijn door chemische stoffen die we moeten slikken of spuiten. De drugs die je op straathoeken kunt kopen staan niet los van de antidepressiva die je bij de apotheker haalt. Dat is één continuüm. We hanteren een medicinaal model van het menselijk bestaan dat geluk met euforie verwart, en euforie kun je alleen maar met kunstmatige middelen in leven houden."


Virginia Woolf, laat uw boek zien, vond vaak juist in de gekte euforie. Ze ervoer de wereld intenser wanneer ze weer eens een manische periode meemaakte. Tegelijk had ze van Freud geen hoge dunk. Het is lang niet altijd koek en ei tussen 'gekke' vrouwen en hun dokters.


"Nee, Virginia stond sceptisch tegenover al haar artsen, en vooral artsen die zich op Freud baseerden. Zoals de meeste kunstenaars vond ze hen bedreigend. De ziel, de psyche, die is van ons, de schrijvers. Zoiets. Ik denk dat haar argwaan voortvloeit uit een voorval toen ze net met Leonard getrouwd was. Een van Virginia's artsen nam hem apart en zei hem, zonder dat ooit met haar te hebben besproken, dat het beter was indien ze geen kinderen kregen. Dat was een zeer autoritaire stap van die man, terwijl ze van haar artsen aandacht voor haar angsten verlangde. Ze zocht bescherming. Dat is klassiek. Zoveel mensen met ingrijpende mentale aandoeningen zijn niet op zoek naar genezing. Het zou fijn zijn als het kon, maar ze zijn vooral op zoek naar bescherming. Ik vind trouwens dat we weer krankzinnigengestichten moeten creëren. Goede gestichten, plaatsen die een thuishaven bieden. In Engeland hebben we nu een ongemeen hard systeem. Een boel mensen verblijft in wat in wezen psychiatrische intensieve zorgafdelingen zijn. Je mag twee weken lang met een psycholoog kwekken, je pillen nemen en dan word je aan de deur gezet. De meeste patiënten, onder wie heel veel jonge mensen trouwens, kunnen amper wachten tot ze weer naar binnen mogen, hoe ongezellig dat verblijf ook is. Veel mensen kunnen niet leven in onze atomaire samenleving met al haar geïsoleerde individuen. We moeten dat durven te erkennen."


Dat is het treurige aan de psychiatrie. Weegt in de samenleving op een bepaald ogenblik de collectiviteit zwaar door, dan moeten 'gekke' mensen in grote instituten verblijven. Vinden wij individuele vrijheid belangrijk, dan moeten de instituten weer afgebroken worden en de patiënten de straat op. We leggen een enorm zware symbolische last op hun schouders: ons loodzwaar geïdealiseerde zelfbeeld.


"En daar gaan hun dokters ook onder gebukt. Laten we dat niet vergeten."


Vandaag zien hulpverleners steeds vaker jonge mensen, vrouwen, maar ook meer en meer jongemannen die zichzelf verwonden. Ook zogenaamde eetstoornissen en zelfs cosmetische chirurgie zijn schering en inslag. Wat zegt dat over onze samenleving vandaag?


"Ik slaak even een diepe zucht, want ik denk dat het bijzonder veel over onszelf zegt. Onze samenleving is niet bepaald behulpzaam om jonge mensen te leren omgaan met de extremere kanten van het menselijk bestaan. Ze worden geacht voor het volle pond verantwoordelijk te zijn voor hun leven, en hoe ze dat leven vormgeven. Dat legt een enorme druk op adolescenten. Jij bent het die beslist hoe je eruit ziet. Jij bent het die beslist of je het maakt in het leven of niet. Daarom is het geen toeval dat de meeste jonge mensen die zichzelf uithongeren of verwonden vaak ook obsessief bezig zijn met hun studies en in alles willen uitblinken. Dat is evenzeer jezelf vormgeven als het uithongeren of het inkerven van je lijf. We willen dat onze kinderen een superego van jewelste krijgen. Het hoeft ons dan toch niet te verbazen dat je in de Verenigde Staten amper nog studenten vindt die niet aan de medicijnen zitten, de meesten zonder enig doktersvoorschrift bovendien."


Kunnen we daar iets aan doen zonder te vervallen in een nostalgie die meestal de terugkeer van de pastoor en de politie propageert?


"Dan spreken we over stabiliteit, ik heb het over weerbaarheid. De ervaring dat er aan onze verlangens en vermogens beperkingen vastzitten, is van vitaal belang. Beperkingen vormen ons. Waar we die beperkingen moeten leggen, zal voorwerp van discussie blijven. Je moet ook iets hebben waartegen je kunt rebelleren. Je wordt daar slimmer van. Een van de rampen in het Britse onderwijs is het werken met zogenaamde progressieve cursussen. Je krijgt een lesje over de Eerste Wereldoorlog, en dan een lesje over de Elizabethaanse tijd, en nog eentje over Hitler, enzovoort. Maar nergens mag je zelfs maar suggereren dat gebeurtenissen in de tijd met elkaar kunnen samenhangen. Geschiedenis als verhaal staat op de zwarte lijst, dat zou indoctrinerend zijn en de illusie opwekken dat we de dingen kunnen beheersen. Maar we hebben die illusie vervangen door de nog gevaarlijker illusie dat je door in te zoomen op momentjes in de geschiedenis wel kunt bewijzen dat je kijk op het verleden waar is."


Eigenlijk zie ik daarin een parallel met wat uw boek suggereert. Het gaat niet alleen over 'gekte', maar evenzeer over gezondheid en hoe genereus het concept gezondheid in vroeger tijden kon zijn. Vandaag heb ik de indruk dat gezondheid een ijlings krimpend palmeilandje is, wegzinkend in een almaar sneller stijgende oceaan van ziektes.


"Als er één boodschap in dit boek zit, dan wel deze. We zijn geëvolueerd van een benadering van geestesziekte of raar gedrag die oog had voor de extremiteiten van onze dagelijkse normaliteit, naar een toestand waarin we ongeveer alles een stoornis noemen, natuurlijk met een fijn letterwoord eraan vastgeplakt. Je kunt van alles hebben, vandaag. Zoals sociale angststoornis, wat dus gewoon betekent dat je verlegen bent. Hallo?"


Misschien is het hedendaagse gehos met ons lijf op zich een symptoom van onze symbolische naaktheid. Het vege lijf is stilaan het enige wat we nog hebben om onszelf mee en in te uiten.


"Het lichaam is ontheemd. We worden ook niet meer verondersteld te sterven. Terwijl het redelijk vaak voorvalt. Dus je kunt je voorstellen hoe verwarrend dat is. Je wordt niet geacht te sterven, en het is ook niet netjes over de dood en sterven te praten. Terwijl je lijf je voortdurend aan je eindigheid herinnert. De dood vergeten is het leven vergeten. De doden zijn weg, verloren, maar misschien maakt het een verschil uit als we hen, door ze op de goeie manier te herinneren, door de creativiteit van de herinnering in ere te herstellen, op de juiste manier verliezen."