1° NEDERLANDSE VERTALING VAN 'THE BACKWASH OF WAR' DOOR ERWIN MORTIER

DE ROMAN WERD IN 1916 VERBODEN

Op twintig augustus verschijnt bij uitgeverij  De Bezige Bij Het Kielzog van de Oorlog. Het menselijke wrakhout van het slagveld, gezien door een Amerikaanse hospitaalverpleegster van Ellen Newbold La Motte. Erwin Mortier verzorgde de vertaling. Daarmee krijgt een grotendeels vergeten klassieker uit de literatuur van en over de Eerste Wereldoorlog meer dan negentig jaar na de verschijning zijn eerste Nederlandse vertaling. Bij de verschijning, al in 1916, werd het boek verboden.

'De roman moet een van de vroegste werken zijn die het oorlogsconflict behandelen,' observeert Mortier in zijn inleiding,  'en het opmerkelijke is dat de schrijfster, in tegenstelling tot vele anderen, weinig hoop koestert op een spoedige vrede. Ook dat zullen de overheden haar niet in dank hebben afgenomen.' Aan zijn vertaling voegde Mortier nog twee teksten van Ellen La Motte toe, die nooit eerder in boekvorm verschenen zijn; Onder granaatvuur te Duinkerken, de titel spreekt voor zich, en Een plezierrit, waarin de schrijfster vlak achter de frontlinie nabij Ieper terechtkomt.


Mortier kwam het boek op het spoor tijdens het werk aan zijn jongste roman Godenslaap, die de Groote Oorlog ten tonele voert. Mortier: ‘Godenslaap is geschreven vanuit de vaststelling dat, anders dan in de verskunst, met Van Ostaijens Bezette Stad en De feesten van Angst en Pijn, in de Nederlandstalige literatuur in België geen enkel groot prozawerk de Eerste Wereldoorlog op zich thematiseert. Dit in verbijsterend contrast met Engeland, Duitsland, Frankrijk en de States. Godenslaap schenkt ons dus op symbolische wijze een deel van ons literaire geheugen terug, een positie en een streven waarvan het boek zich overigens op allerlei manieren bewust moest zijn.


'Om die reden ben ik heel wijd gaan lezen, niet alleen om me feitelijk te documenteren, dat was eerder secundair, ik wilde geen historische roman in de klassieke zin schrijven. Ik las vooral zo wijd om na te gaan welke schrifturen het oorlogsconflict in diverse literaturen in het leven heeft geroepen, maar ook in meer persoonlijk geschriften, zogenaamde ego-documenten. Zoals gezegd heeft ons eigen Vlaamse proza, op een paar kleine uitzonderingen na, daaromtrent alleen leegte en stilte te bieden. Tijdens mijn 'queeste' ben ik, langs allerlei wegen, ondermeer door contact met enkele Amerikaanse academici, ook op de geschriften van de Amerikaanse verpleegsters Ellen La Motte en Mary Borden gestuit. Zij werkten in een chirurgisch veldhospitaal nabij Poperinge achter het westelijk front.


'Wat me aan geschriften zoals die van La Motte en Borden trof was de onverbloemde manier waarop ze de gruwelen van de oorlog beschreven, maar ook en vooral hoe de enormiteit van de oorlogscatastrofe hen noopte tot het op de helling zetten van de klassieke proza- en dichtvormen, van zinsbouw en stilistische conventies, en indirect ook van de klassieke rol en symboolfunctie van de vrouw in de toenmalige burgerlijke samenleving. Ze stellen ook de traditionele metafysische grondslag van de taal in vraag. Vooral die laatste aspecten hebben meegespeeld in mijn beslissing om van het hoofdpersonage in mijn roman een vrouw te maken, en het heeft haar laconieke kijk op verhaalstructuren en stijl, alsook haar wereld- en mensbeeld, zeer zeker mogelijk gemaakt. De overgang van een negentiende-eeuws naar een moderner schriftuur moest zich daarom in de tekstuur van het verhaal, en dus de leeservaring van de lezer, voordoen. Helena Demont is eigenlijk een figuur in wie tal van transities, sociaal, maatschappelijk, seksueel, historisch en artistiek, plaatsgrijpen.


'Tegelijk vond ik de geschriften van Ellen La Motte en anderen meer dan belangwekkend genoeg om ze, voor het eerst, van een Nederlandse vertaling te voorzien. Ik ben zeer blij dat mijn uitgever daar meteen oren naar had. Ook in de Angelsaksische Letteren zijn deze auteurs heel lang ondergewaardeerd gebleven en beginnen ze nu pas erkenning te krijgen ’


Momenteel legt Erwin Mortier de laatste hand aan zijn vertaling van Mary Bordens The Forbidden Zone, dat volgend jaar als Verboden Gebied bij De Bezige Bij zal verschijnen. Daarna zal Mortier van Enid Bagnold A Diary without Dates vertalen. Mortier: ‘Zo beschikken de Nederlanden dan tegen 2014, wanneer het uitbreken van de oorlog honderd jaar oud is, over een drieluik van "vergeten vrouwenstemmen" uit de Groote Oorlog’.


In zijn voorwoord bij Het Kielzog van de Oorlog brengt Mortier zijn vertaalwerk in verband met zijn werk als romanschrijver: ‘Het is mijn diepe overtuiging dat onze tijd tegenover de onbevattelijke ramp die deze naties over zichzelf, hun samenleving en niet het minst hun burgers hebben afgeroepen een “herinneringsarbeid” moet levendig houden die even meerduidig en uiteenlopend is als de verhalen waarmee en waarin de generaties die de Eerste Wereldoorlog hebben meegemaakt hun ontreddering, lijden en onherstelbaar verlies hebben willen uitdrukken - ongetwijfeld om ze daarin ook tot rust te kunnen brengen.’


Op 9 september gaat Mortier in Spui25, het Academisch-Cultureel Centrum van de Universiteit Amsterdam, met non-fictie redacteur Wil Hansen in gesprek over de romans van Ellen La Motte en andere schrijvende verpleegsters, en  over zijn roman Godenslaap. Zie hier en later meer. Ook tijdens de nazomer- en herfstmanifestaties in boekenland zal de schrijver hierover lezingen houden.

Op de vraag of de voedingsbodem waaruit Godenslaap ontstond nog andere sluimerende boekwerken uit de vergetelheid kan stuwen, antwoordt Mortier raadselachtig: 'Wie weet...'