HARTELIJK GEFELICITEERD, MEVROUW DE MINISTER!

START ALVAST DE LACHBAND!

Cultuurministers, Vlaamse cultuurministers, beschouw ik doorgaans als een vorm van onweer. Dat is wat deze zandbak bij de Noordzee me bijbrengt. Je hebt zwaar onweer, en je hebt licht onweer. Bij zwaar weer schuil je best niet onder een boom, je hebt snel een banbliksem te pakken. Vederlichte cultuurexcellenties daarentegen, vallen als een druilregentje min of meer te verdragen. Dat is wat wij, scheppende kunstenaars, ik bezig de term zonder ironie, sinds mensenheugenis in deze contreien met onze cultuurministers doen: we verdragen ze. Stellen ze qua belangstelling voor hun beleidsdomein niet veel voor, dan zijn we best tevreden met hun budgetten. Op excellenties die blijk geven van hun vurige liefde voor de letteren en de kunsten, die je ook buiten de kantooruren op concerten, theatervoorstellingen, in bibliotheken of musea tegen het lijf loopt, en die een doortimmerde visie bezitten op cultuurbeleid, zodat ze bij hun aantreden hun licht niet moeten opsteken bij mensen die er wel iets van kennen, daar reken ik allang niet meer op. Je moet niet teveel verwachten, in Vlaanderland.


Dus zat ik een paar dagen geleden met lauwwarme belangstelling voor de buis om een blik te werpen op onze jongste kunstendienaresse. Zij heet Joke Schouwvliegje of zoiets. Geen cultureel slagschip, zo op het eerste oog, eerder een ijverig serveerstertje dat zich meer thuis voelt op wijkfeesten dan op vernissages; een politica die vier jaar lang met het al te vertrouwde gemiezer en wijdopen angstoogjes op ons toe zal stappen om een cultuuropvatting uit te dragen die niet veel kansarme buurten verder kijkt dan de lokale straatbarbecue en andere verbroederingen overgoten met veel zigeunersaus en zoete premies. Al geef ik het grif toe, Serveusje is nieuw voor mij. Ik zal me de komende weken intens in haar verdiepen.


Schouwmanteltje zei op de beeldbuis dat ze geen kneet van haar nieuwe beleidsdomein afweet maar de kunsten intens boeiend vindt en dat ze haar portefeuille beschouwt als een beloning voor jaren hard werk. Dat is erg fijn voor haar. Dat de culturele instellingen en de kunstenaars in dit land het gevoel krijgen dat ze op de lokale tombola van de KWB weer eens dat eeuwige blik bonen in tomatensaus van Marie Thumas gewonnen hebben, dat niemand echt blieft, ach, dat slikken ze vast wel, voor de zoveelste keer. Mean people suck, nice people swallow.


Dus slikte ik deemoedig toen ik Kneusje Cultuur hoorde verkondigen dat ze haar laatste theatervoorstelling nog maar een maand of zes geleden had gezien, tienduizend politieke eeuwigheden geleden, in haar thuisbasis Evergem bij Gent. Dat moet dan Koninklijke Toneelbond Door Vriendschap Geriemd in Ertvelde-Rieme geweest zijn, die Met Hartelijke Gelukwensen opvoerde, een dolle klucht. Al kan het ook het toneel van KAV-KWB geweest zijn, met Een Hinderlijke Getuige; een naar verluidt ‘komische thriller’. Niets tegen kluchten of komische thrillers, integendeel. Lachstuipen worden zeldzaam met de jaren. Ook niets tegen dorpstheater. Ik deed er zelf mijn liefde voor de dramakunsten op, toen ik zes was. Volgens Schouwtoneeltje ‘is ook dat cultuur’. En dat is het ook, ergens, in de buurt van onze immer dichtslibbende Schelde.


Niettemin, stel je een land voor waar een kersverse minister van begroting het voor de nationale media presteert te zeggen dat hij weliswaar alleen maar ervaring heeft als theaterregisseur en niets van financiën afweet, maar dat hij de komende weken intens met de sector zal kennismaken. Organisaties als VBO of Unizo zouden hun grote bezorgdheid uitdrukken, de banken protesteren, alle economen steigeren, de vakbonden de wenkbrauwen fronsen, de beurskoersen hun schuchtere evenwicht verliezen en elke rechtgeaarde journalist zou de nieuwbakken excellentie alle hoeken van de studio laten zien. Niet zo bij onze druiloortjes Cultuur. Wat gegniffel, en dat is alles. Want ook journalisten vinden, als puntje bij paaltje komt, het departement cultuur ‘niet zo belangrijk.’


Of we nu Belgen zijn of Vlamen, we blijven een volk van aardappels. Cultuur is een ziekte van rare mensen, sportbeoefening voor een handvol armetierige luitjes dat helaas de benen en het tactisch inzicht mist om zich net als iedereen druk te maken in het voetbal of de witte neus van snuivende wielergoden. Geen regeringsverklaring of de met plechtige tremolo’s omklede term Vlaanderen galmt er veelvuldig uit de politieke kelen. Vlaanderen is een doodverkavelde moestuin die zich Walhalla waant, en cultuur iets dat moet teruggebracht worden tot het vertrouwde kader van mosselfeesten en dansfestijnen. Maar ik knik, ik slik en ik hik: Hartelijke Gelukwensen, mevrouw de minister! Start alvast de lachband. Deze klucht is al bij de première oudbakken.

Erwin Mortier

(verschenen als opiniestuk in De Morgen van 15 juli 2009)