VEEL HOOFDEN, VEEL BOTER.

MORTIER REAGEERT OP UITLATINGEN MECHELSE CULTUURSCHEPEN

"De kanselredes, die het debat over de toekomst van de stad op gang moesten trekken, zijn afgelast … Erwin Mortier gooide roet in het eten door uit te schreeuwen dat hij niet mocht komen op bevel van de kerkelijke overheid omwille van zijn uitspraken bij het afscheid van schrijver Hugo Claus. 'Dat verhaal klopt niet', zegt (cultuurschepen) Frank Nobels. 'Behoud de Begeerte, dat de redes organiseerde, heeft het rechtgezet. Mortier had zelf de boot afgehouden, maar het was te laat. Heel spijtig natuurlijk en niet zo netjes van Mortier.' (De Standaard, 13 mei 2009)


MORTIER REAGEERT: “Laat de heer Nobels voor eigen deur vegen. Ik stel hem graag wat bijkomende inlichtingen ter beschikking:


Op 3 juli 2008, bijna een jaar geleden dus, ontving ik van Kunstencentrum Behoud de Begeerte een invitatie om aan de kanselredes deel te nemen: ‘Zoals je merkt hebben wij, geheel vrijblijvend, jou in onze plannen voorzien. Een kerk is wel een goede plaats, en zeker de kansel, om een boom op te zetten over de teloorgang van de kennis van bijbel en mythologie en de gevolgen daarvan voor het begrijpen en savoureren van een flink stuk van de kunstgeschiedenis. De combinatie van jouw achtergrond als kunsthistoricus, jouw onmiskenbaar talent als redenaar, jouw scherpe pen en je genegenheid voor de aartsbisschop van Mechelen leken mij ideaal om je voor dit thema uit te nodigen. Zie je dit zitten, mogen we je naam meenemen?’


Op 11 juli gaf ik Behoud de Begeerte het volgende antwoord: ‘Het concept van de kanselredes vind ik erg origineel, maar je voorstel om het te hebben over de teloorgang van de kennis van bijbel en mythologie spreekt me niet zo geweldig aan. Ik vind dat namelijk niet echt een probleem.  … Bovendien lezen wij die werken hoe dan ook volgens criteria en concepten die waarschijnlijk maar weinig van doen hebben met die van de makers en opdrachtgevers van toen. Daar zit kortom een interessante cursus in, maar ik doceer niet graag … Wat mij aan religie interesseert is wat haar bindt met proza en poëzie (en ik maak trouwens een onderscheid tussen religie en geloof). Ik vind het bestaan van God proberen te bewijzen even onnozel als het bestaan van Anna Karenina proberen te bewijzen. Het waarheidsgehalte daarvan is van een andere orde dan deze die wetenschap, logica en aanverwanten vereisen. Ik zeg altijd: als de muziek van Bach waar is, dan bestaat God. Maar hoe verifiëren we die 'waarheid'? en over welk soort 'waarheid' spreken we dan? Over die kwesties 'preken' boeit me veel meer.’
 
Op dit bericht kwam geen antwoord. Dit was de laatste communicatie die ik omtrent die kanselredes van Behoud de Begeerte ontving.


Februari jongstleden, op tournee voor Behoud de Begeerte, vroeg ik terloops aan Paul Hermans, medewerker van De Begeerte, hoe het nu eigenlijk met die Kanselredes gaat. ‘Die gaan door,’ luidde het antwoord,.‘Maar op jouw naam hebben we daar een ferme njet gekregen.’ Ik zei Paul toen dat ik dat bizar vond en me zou beraden over een alternatieve preek; scherp, geestig ludiek, en verzoenend, die ik wie weet in de nationale pers zou verspreiden. Dat leek me een reactie die ik literair kon verantwoorden, bovendien stukken effectiever dan heisa, en in proportie met ‘het veto’. Voorlopig bleef dit een voornemen. Ik was op tournee.


Op tien maart 2009 ontving ik een bericht van een redactielid van De Standaard, met volgende vraag: “Klopt het gerucht dat jij ook voor zo'n rede was gevraagd en dat de kardinaal zo gezegd heeft zo dat hij jou zo daar niet wil hebben zo? Dan plaatsen we van jou toch ook een redevoering in de Letteren? En dan maken we ons daar en passant toch behoorlijk druk over?”


Door persoonlijke omstandigheden kon ik niet meteen op die vraag antwoord geven. In elk geval was me duidelijk dat in persmiddens geruchten de ronde deden, en dat vroeg of laat een journalist zou gaan snuisteren. Ik voorzag heisa, en ik zag er tegen op.


Twee dagen later belde een journalist van De Morgen, met dezelfde vraag of de geruchten klopten dat er in Mechelen inderdaad druk was uitgeoefend om mijn naam van de lijst met sprekers te verwijderen. Ik heb geantwoord dat er waarschijnlijk inderdaad een probleem was. De journalist ging ter aartsbisdom bevestiging zoeken. Ik wenste hem in stilte veel succes, maar tot mijn verbazing bevestigde de woordvoerder van de kardinaal het gerucht zonder veel verbloeming.


Een week later vroeg ik het redactielid van De Standaard dat me op tien maart de e-mail had gestuurd uit welke hoek die geruchten over ‘een veto tegen Mortier’ gekomen waren. Het antwoord: een zekere Frederik Picard had die verspreid. De heer Picard is mij onbekend maar volgens de website van de vzw MMMechelen.be, de organisatie die instaat voor culturele initiatieven van de stad, is hij de coördinator van de dienst communicatie van de vzw. Hierbij weze ook opgemerkt dat MMMechelen.be onder de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur valt, dus van cultuurschepen Nobels en de Mechelse burgemeester.


Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de stad Mechelen zelf een cynisch spel heeft gespeeld in deze zaak. Ofwel leefde bij de organisatie van het stadsfestival intern onvrede over het weren van mijn naam uit de lijst met sprekers en werd dit gegeven bewust gelekt. Ofwel hoopte de persdienst van MMMechelen op heisa in de media, en bijkomende ‘promotie’ voor het stadsfestival.


De zaak is voor mij daarom vooral een symptoom van de eigendunk waarmee het ruim betoelaagde culturele middenveld in Vlaanderen omspringt met de kunsten en hun scheppers. Al te veel culturele organisaties moeten met elkaar concurreren, waarbij de kunstenaars als pionnen uitgezet worden en gemanipuleerd. De hele historie van de stadsvisioenen is niet fraai, voor de stad niet, voor het bisdom niet, en al helemaal niet voor Behoud de Begeerte, dat, hoop ik, de hand in eigen boezem weet te steken. Als deze kwestie enige relevantie heeft, dan wel als aanleiding om de positie van het culturele middenveld grondig te evalueren - een aspect dat half opiniërend Vlaanderen overigens met genoegen heeft genegeerd.


Voor het overige ben ik bereid alle schuinsmarcheerders hun zonden te vergeven, voor zover zij berouw tonen.
En als algemene wijsheid: nog steeds geldt het principe dat hoge lieden verontwaardiging kakelen wanneer je hen even een tik tegen de schenen verkoopt, terwijl zijzelf een olifant op je tenen mogen parkeren en verwachten dat je ze dankbaar bent.


Erwin Mortier”